Created: September 19, 2005
Last Changed: September 19, 2005
Placed: September 19, 2005
Dividu
Philosophical columns, part fourth
Individualisme zou de instelling zijn waarmee de persoon zich het meest van de maatschappij losmaakt - maar niets is minder waar. Juist als individu, als in-dividu, als on-deelbaar geheel, is de persoon een slaaf van maatschappelijke overheersing.
Waarom kan een persoon beloftes doen? Omdat zijn acties op het ene moment de kracht hebben acties op het andere moment vast te leggen. Maar wat is de aard van dit vastleggen? Is het een causaal verband, waarin het doen van de belofte als oorzaak fungeert van latere acties die met de belofte overeenstemmen? Dat is hoe ik het nut van beloftes zou willen uitleggen; en mensen die zich niet aan beloftes houden zijn mensen bij wie deze keten van oorzaken en gevolgen niet werkt - wat een reden kan zijn om je niet met hen in te laten, hoewel het nog geen reden is hen moreel te veroordelen.
Een tweede mogelijkheid - de orthodoxie - is dat er sprake is, niet van een causaal, maar van een moreel verband. Het doen van een belofte schept de plicht om de belofte na te komen - en omdat mensen zichzelf kunnen verplichten is het voor hen mogelijk om beloftes te doen. Maar hierin komt een curieuze vooronderstelling aan het licht: namelijk, dat de acties die een persoon op het ene moment doet, diezelfde persoon op een later tijdstip moreel kunnen verplichten om een bepaalde handeling uit te voeren. Men veronderstelt dus een morele eenheid in de tijd van de persoon; de tijdsspanne van een leven kan niet, of slechts zeer beperkt, in moreel autonome delen worden opgesplitst; de mens is ondeelbaar, een in-dividu.
Maar waarom zou men zich iets gelegen moeten laten liggen aan wat hetzelfde lichaam op een ander moment heeft gedaan? Mensen veranderen voortdurend, en soms radicaal. Wat blijft zijn gedeelde herinneringen, lichamelijke overeenkomsten, gedeeltelijke ingebedheid in dezelfde sociale structuren, causale continuïteit - maar welk van deze connecties kan de metafysische last van een continue moraal dragen? De rekruut die een contract bij het leger tekent en de soldaat die later door zijn superieuren wordt opgedragen de loopgraven van de andere partij te bestormen hebben heel wat met elkaar te maken. Maar ze zijn ook heel verschillend; en ik zie geen enkele reden voor de soldaat om de beloftes van de naïeve en onwetende rekruut zelfs maar het geringste gewicht te geven wanneer hij moet kiezen tussen sterven en deserteren.
Toch wordt onze samenleving gedragen door contracten, verdragen en andere beloftes. Wie deze naast zich neerlegt hoeft op weinig sympathie te rekenen wanneer hij zegt zich niet gebonden te voelen door wat een ander gezegd of geschreven heeft - en dan claimt dat de persoon die hij vroeger was zo'n ander is. Integendeel, met een feilloos instinct voor wat noodzakelijk is voor haar voortbestaan sanctioneert de samenleving de afspraak en draagt zij de ideologie van de ondeelbare persoon, het individu, uit.
Het is niet alleen de belofte die steunt op de notie van het individu. De straf, begrepen als verdiend loon voor een misdaad, veronderstelt dat men een persoon op het ene moment kan straffen voor wat hij op een ander moment heeft gedaan - onafhankelijk van hoe hij ondertussen veranderd is. De rechtvaardigheid, die ieder haar deel wil geven gebaseerd op wat men verdient, veronderstelt straf en beloning voor daden op andere tijdstippen begaan - en opnieuw spelen veranderingen van de persoon geen rol. De aansprakelijkheid, de verantwoordelijkheid - ja, alle peilers van het morele systeem vallen weg.
En het is niet alleen de verandering van een persoon door de tijd die door de ideologie van het individualisme wordt verworpen: het idee van een pluriforme persoon is hetzelfde lot bezegeld. Het individualisme kan toestaan dat een persoon verschillende 'facetten' heeft: in verschillende situaties draaien verschillende kanten van het veelzijdige Zelf naar voren, zodat de persoon niet altijd hetzelfde reageert - maar het is steeds deZelfde die wij zien handelen. Wat het individualisme niet toe kan staan is dat de persoon als bestaand uit autonome toestanden en stemmingen gedacht wordt, die net zo min een eenheid vormen als de vruchten op een fruitschaal: weliswaar manifesteren ze zich in elkaars nabijheid, elk bestaat toch op zich, onafhankelijk en autonoom. Het individualisme postuleert dat telkens wanneer een persoon in een bepaalde toestand een sociale betrekking aangaat, het de persoon als geheel, als individu, is die deze betrekking aangaat en dat de persoon dus ook in elke toestand zijn rol in die betrekking heeft te vervullen. Waarom kan de geliefde niet tevreden zijn dat de ander geheel en al de hare is op de meeste tijdstippen, in de meeste stemmingen, maar in bepaalde, zeldzame, andere stemmingen niet aan haar gebonden kan zijn en iemand anders nodig heeft? Omdat zij individualist is.
Het opgeven van het individualisme ten faveure van een visie op de persoon als versplinterd, veranderend en bovenal opdeelbaar vernietigt niet alleen een heel systeem van morele denkbeelden rondom belofte, schuld en rechtvaardigheid, maar problematiseert ook onze traditionele concepties van liefde, vriendschap en alle andere sociale betrekkingen waarvan verwacht wordt dat ze op elk moment werkzaam zijn. Het dividualisme - zoals we het denkbeeld dat ik hier verdedig wel mogen noemen - bevrijdt de persoon van vele ketens die hem beletten zijn plaats in het sociale netwerk te veranderen al naar gelang hij zelf verandert; en op te delen, zover als hij zelf verdeeld is. Of een bevrijding van deze ketens de persoon in staat stelt tot ongekende hoogtes te vliegen of hem juist doemt tot onverhoopte dieptes te vallen, is een vraag die slechts de empirie voor ons kan beantwoorden.
Heeft het zin dat wij dividuen worden? Kunnen we het wel worden? Maar wij zijn het allen al, en we worden het steeds meer. De wetenschapper die door de week in de Big Bang en de evolutietheorie gelooft en op zondag in God en de Schepping, wordt vaak beticht van een gebrek aan intellectueel geweten: in feite is hij slechts een dividu, en er is inderdaad geen reden om van het geweten te verlangen dat het in elk stuk van zijn persoon dezelfde vorm aanneemt. De vrouw die van haar man houdt met een diepe liefde en er toch een minnaar op na houdt bij wie zij vindt wat haar man haar niet geven kan: zij is een dividu; maar daarom is haar liefde nog niet minder waard. De man die niemand pijn kan zien lijden zonder te helpen en het leed te verzachten, maar zich 's nachts tegoed doet aan de werken van markies De Sade: een dividu; en daarom nog niet minder barmhartig. Het meisje dat in haar poëtische en meest geëxalteerde stemmingen de oppervlakkigheid van haar vriendinnen meer veracht dat zelfs het egocentrische winstbejag van een crimineel, maar dat de volgende middag met hen over jongens gaat kletsen en kleding gaat kopen: een dividu; en daarom nog niet minder vriendin. Iedereen die in zijn leven niet die narratieve eenheid kan vinden die alles wat beleefd en gebeurd is tot een zinvol geheel kan samenknopen; iedereen wiens leven meer lijkt op een bonte verzameling lange en korte episodes dan op een kunstwerk met innerlijke samenhang; iedereen die geen zin van het leven kan vinden, niet omdat geen enkele zin aanspreekt, maar omdat elke zin te beperkt lijkt en niet op elk moment bevredigt: dividu, dividu, dividu.
Nergens is het dividualisme zo duidelijk als bij de gemeenschappen die zich op internet vormen. Hier zijn sociale verbanden waar men naar believen in en uit kan stappen, sociale verbanden waarin men actief kan worden en daarmee weer kan ophouden naarmate andere delen van zijn ziel meer op de voorgrond treden. Hier zijn ook rollen die aangenomen kunnen worden zonder dat ze elkaar beïnvloeden, zonder dat ze het niet-virtuele leven beïnvloeden, en zonder dat ze zelfs maar de pretentie hebben ooit op te tellen tot een betekenisvol geheel. Men kan tegelijkertijd in allerlei niets met elkaar te maken hebbende gemeenschappen actief zijn; zo men wil zelfs onder verschillende namen. (Want is de naam niet het meest potente indoctrinatiemiddel van de individualistische ideologie?)
Het dividualisme zal waarschijnlijk steeds duidelijker worden, en de individualistische ficties die door de samenleving aan de persoon worden opgelegd onder steeds grotere druk plaatsen. De dood van de 'grote verhalen' luidde immers ook het einde in van de mogelijkheid zijn leven nog te begrijpen als een zinvol geheel: er zijn geen concepten meer die groots genoeg zijn om een heel leven te overkoepelen. Nog zoekt men verloren naar een nieuwe zin; maar het lijkt haast onvermijdelijk dat de totalitaire pretenties van het individualisme steeds scherper gevoeld zullen worden, en men steeds meer inziet dat een overkoepelende zin onmogelijk is geworden - omdat wij zelf te rijk en te gevarieerd zijn!
Hoe ziet een samenleving van dividuen er uit? Hoe regelt het dividu de relaties tussen de autonome delen van zijn ziel? Welke vorm krijgt de - fragmentarische - liefde van het dividu?
Dit zijn filosofische vragen voor de komende eeuw.
Back