Jonathan Swift, "Gulliver's Travels" (1726)

Dat Gulliver's Travels het ooit tot kinderboek en inspiratie voor kinderfilms heeft geschopt is iets waar de lezer van het boek zich enkel over kan verbazen. Swifts satire op politiek, oorlog, wetenschap, religie, en op menselijke dwaasheden in het algemeen, moet voor kinderen volstrekt onbegrijpelijk zijn; en alleen door vrijwel alles eruit te laten, en de paar details die overblijven zelf opnieuw uit te werken, kan er jeugdliteratuur van gemaakt worden.

Redders van de wereld

Een column uitgesproken bij Naturalis After Dark op 25 september 2014.

Hoe ziet de redder van de wereld eruit? Kan je hem herkennen? Ziet hij er wel of niet uit … zoals ik?

William Shakespeare, "Richard III" (rond 1592)

Het schijnt dat Richard III vrij vaak wordt opgevoerd, en eigenlijk altijd een van Shakespeares meer populaire stukken is geweest. Waarom, dat is me na lezing niet erg helder. Richard III duurt niet alleen eindeloos lang, het bevat ook heel veel scènes die beter nooit geschreven hadden kunnen worden.

William Shakespeare, "The Merchant of Venice" (rond 1597)

De hoofdrollen in The Merchant of Venice zijn weggelegd voor Portia en Shylock, twee figuren die stereotype rollen te vervullen hebben, maar die zich daar volkomen aan weten te onttrekken. Portia is de sprookjesprinses: jong, mooi, rijk, ongehuwd, en wachtend op de prins die haar hand zal verdienen. Shylock is de kwaadaardige jood: gemeen, geniepig, een woekeraar, en gevuld van haat voor christenen. Samen in één toneelstuk zouden ze goed moeten zijn voor een antisemitisch sprookje, en misschien is The Merchant of Venice dat ook wel, maar het is het toch ook vooral niet.

William Shakespeare, "A Midsummer Night's Dream" (rond 1595)

A Midsummer Night's Dream is een van de weinige stukken waarvan Shakespeare het verhaal zelf geschreven schijnt te hebben. Het resultaat is een vreemd allegaartje van Griekse mythologie, volstrekt niet mythologische Atheense liefdespaartjes, elfjes, en een groep maffe ambachtslieden met nogal Engelse namen. Maar niet alleen is dat geen enkel bezwaar in de droomwereld van deze midzomer, het geeft Shakespeare de mogelijkheid om te spelen met die vreemde combinaties.

Arthur van Schendel, "Een zwerver verliefd" (1904)

Bij het lezen van de eerste hoofdstukken van Een zwerver verliefd bekroop mij het gevoel dat ik in het bezit was gekomen van een slechtere versie van Herman Hesses Narziss und Goldmund. Een jongeman die een artistieke inborst heeft en niet wil deugen ontvlucht zijn geboortegrond om door een (opzettelijk wat vaag gehouden) middeleeuws landschap te trekken en daar te leren wie hij werkelijk is.

Literaire top 100

Je kan een ironisch verhaal houden over hoe je je aan wilt passen aan deze tijd van canons en top X-en, maar laten we eerlijk zijn: een top 100 van de beste boeken aller tijden maken is leuk. Waan-, on- en krankzinnig, maar ook leuk. Wat zijn de regels?

Regel 1: Het boek moet fictie zijn. Geen filosofie, geen geschiedenis, wel lange verhalende gedichten. Dit criterium zal streng en arbitrair worden toegepast.

Robert Louis Stevenson, "The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde" (1886)

Dr. Jekyll and mr. Hyde zijn niet meer slechts romanfiguren, maar vormen een uitdrukking die we gebruiken om aan te geven dat iemand zowel een goede als een slechte kant heeft. Dat heeft een nadeel en een voordeel voor het boek van Stevenson. Het nadeel is dat het centrale element van het plot, namelijk dat Jekyll en Hyde dezelfde persoon zijn, al van tevoren bekend is. Nu zou dat niet erg hoeven zijn, maar Stevensons boek probeert overduidelijk spanning op te bouwen door ons een mysterie voor te schotelen.

Verveling

Een column uitgesproken op 24 april 2014, bij Naturalis After Dark, met als thema "verveling".

Ik stel voor dat we ons de komende tien minuten eens hartgrondig gaan vervelen.

[Wacht, zij het niet echt ongemakkelijk lang.]

Wij nobele wilden

Een column uitgesproken op 14 mei 2014, bij Naturalis After Dark, met als thema "Lekker ruig".

Aan het eind van de zestiende eeuw schrijft Montaigne een essay getiteld “Over kannibalen,” waarin hij de vraag stelt of de Indianen van Zuid-Amerika barbaren zijn, of dat ze juist nobeler zijn dan wijzelf. Hij schrijft het volgende:

Syndicate content