Korte verhalen

Truman Capote, "Breakfast at Tiffany's" (1958)

De kwaliteit van een boek is al een mysterieuze eigenschap, maar wellicht nog lastiger te begrijpen zijn de eigenschappen van het boek en van onszelf die bepalen of we er wel of geen connectie mee kunnen vormen. Wat is het aan Breakfast at Tiffany's dat ervoor zorgt dat ik er geen enkele band mee gevoeld heb? Ik lees het en denk: "Het is goed gedaan, maar het doet me niets." Hoe komt dat?

Italo Calvino, "De gespleten burggraaf" (1952)

Fantastische literatuur leent zich goed voor het symboliseren van menselijke dilemma's, maar het grote gevaar daarbij is dat het allemaal te simpel en te allegorisch wordt. Als ik het me juist herinner bevond bijvoorbeeld Couperus zich aan de goede kant met Psyche, maar aan de verkeerde kant met Fidessa, wat een te simpele en duidelijke boodschap aan het prediken was. Meesters van het genre zijn James Branch Cabell en (als je zijn boeken fantastisch wil noemen) Hermann Hesse.

Christine de Pizan, "Het boek van de stad van de vrouwen" (1405)

Het boek van de stad van de vrouwen, ofwel Livre de la Cité des Dames, ofwel in de Engelse vertaling die ik gelezen heb (van de hand van Rosalind Brown-Grant) The Book of the City of Ladies, is een verzameling argumenten en verhalen waarmee Christine de Pizan tegenwicht wilde bieden aan het in de literatuur dominante idee dat vrouwen dom, slecht, zondig, of anderszins maar beter te vermijden waren.

A. den Doolaard, "De herberg met het hoefijzer" (1933)

Een klein boekje van nog geen zestig pagina's, dit verhaal van A. den Doolaard (Cornelis Spoelstra). Het gaat over een Engelse geoloog die erop wordt uitgestuurd om in het achterland van Albanië te kijken of er geen rijke metaalbronnen zijn -- een scenario dat ons meteen aan Nooit meer slapen doet denken, natuurlijk, maar dit boek is ouder en heel anders. Het is absoluut geen reflectie op de eenzaamheid van deze geoloog: eerder een avontuurlijk verhaal waarvan het hoofddoel is om ons inzicht te geven in de eerwraakcultuur van de Albanese bergbewoners.

Nicolaas Beets, "Camera obscura" (1839) [1851]

Na al als jonge dichter te zijn doorgebroken publiceerde Nicolaas Beets op 25-jarige leeftijd als 'Hildebrand' de Camera obscura, een reeks beschouwingen en verhalen waarvan vooral de laatste naam hebben gemaakt. Hierna stopte hij min of meer met schrijven; althans, met het schrijven van dingen die nu nog gelezen worden. Stichtelijke preken en dito gedichten schijnt hij nog decennia lang vervaardigd te hebben.

Willem Frederik Hermans, "Het behouden huis" (1951)

Het behouden huis is een vrij briljante novelle. Keihard en diep cynisch, maar vrij briljant. In een kleine veertig pagina's vertelt Hermans ons het verhaal van een Nederlander die vecht aan het oostfront, als deel van een behoorlijk ongeorganiseerde troep partizanen. Deze veroveren een stad op de Duitsers, en worden vervolgens weer door de Duitsers verdreven. De hoofdpersoon, echter, is ondertussen in slaap gevallen in een mooi, nog in goede staat verkerend huis, zodat hij wordt overvallen door de Duitsers.

Washington Irving, "The Legend of Sleepy Hollow" & "Rip Van Winkle"

Schijnbaar zijn dit in de Verenigde Staten hele beroemde verhalen--en misschien hier in Europa ook wel, maar ik moet bekennen dat mijn enige gedachte bij The Legend of Sleepy Hollow aan een dubieuze horrorfilm was, en dat Rip Van Winkle slechts het meest kleine der belletjes deed rinkelen... ik denk omdat ik ooit een Donald-Duckversie van het verhaal heb gelezen. Jaja.

H. G. Wells, "The Time Machine and Other Stories"

Lang niet gepost omdat ik minder tijd had om te lezen en ook dingen las met andere doelen dan er hier over te schrijven. Maar niet getreurd, want hier zijn we terug met een derde boek van H. H. Wells, The Time Machine and Other Stories. Korte verhalen dus, hoewel het beroemde titelverhaal met zijn bijna honderd pagina's eerder een novelle is.

Belcampo, "De verhalen van Belcampo"

De verhalen van Belcampo is een uiterst vermakelijke verzameling korte, fantastische verhalen van Belcampo, dat wil zeggen, van Herman Pieter Schönfeld Wichers (1902-1990). Als ik het gemeenschappelijke van de verhalen moet aanduiden, dan zou ik het volgende proberen: Belcampo speelt een moeiteloos spel met de wereld. Elke inval wordt in het verhaal gepast, elke zinswending die in hem opkomt kan bruikbaar en betekenisvol gemaakt worden. De realiteit wordt niet geschuwd, maar wordt met schijnbaar het grootste gemak naar de hand van de fantast gezet.

Loukianos, "Satirical Sketches"

In de serie Penguin Classics is ooit een boekje verschenen getiteld Satirical Sketches, met daarin een bloemlezing uit het werk van Loukianos van Samosata (ca. 120- ca. 180) vertaald door Paul Turner.

Syndicate content