Weinig schrijvers zijn zo lastig samen te vatten als Harold Bloom, wat tegelijkertijd zijn speciale charme en zijn grootste zwakheid aanduidt. Blooms boeken, en zeker zijn latere boeken, zijn geen doorwrochte analyses, geen verhalen met kop en staart, en zeker geen series argumenten die naar duidelijke conclusies toewerken. Het zijn teksten vol zijwegen, waar elke inval een plaats lijkt te hebben gekregen en waar geen meesterplan aan vooraf is gegaan of zelfs maar na afloop aan toe is gevoegd. Bloom is nooit saai; maar hij is altijd warrig. Waarom hem dan toch lezen?