Literatuuranalyse

warning: Creating default object from empty value in /home/victor/public_html/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Joost de Vries over de Nederlandse roman

In de Groene Amsterdammer van 6 maart 2014 schrijft Joost de Vries een artikel over de Grote Amerikaanse Roman en de vraag of er ook een Grote Nederlandse Roman bestaat. Met zijn analyse van de eerste kan ik het niet helemaal eens zijn. Na het noemen van titels als Moby-Dick en Underworld komt De Vries tot de volgende conclusie:

Harold Bloom, "Jesus and Yahweh: The Names Divine" (2005)

Weinig schrijvers zijn zo lastig samen te vatten als Harold Bloom, wat tegelijkertijd zijn speciale charme en zijn grootste zwakheid aanduidt. Blooms boeken, en zeker zijn latere boeken, zijn geen doorwrochte analyses, geen verhalen met kop en staart, en zeker geen series argumenten die naar duidelijke conclusies toewerken. Het zijn teksten vol zijwegen, waar elke inval een plaats lijkt te hebben gekregen en waar geen meesterplan aan vooraf is gegaan of zelfs maar na afloop aan toe is gevoegd. Bloom is nooit saai; maar hij is altijd warrig. Waarom hem dan toch lezen?

Erich Fromm, "The Forgotten Language" (1951)

In The Forgotten Language; an introduction to the understanding of dreams, fairy tales, and myths (ik las de Nederlandse vertaling, Dromen, sprookjes en mythen) bespreekt Fromm de interpretatie van symbolen in het kader van de droomduiding. Ook mythen komen kort aan bod, en heel kort wordt er het een en ander gezegd over sprookjes, rituelen en romans.

Ursula K. Le Guin, "The Language of the Night" (1979)

The Language of the Night is een verzameling essays, lezingen en voorwoorden van Ursula K. Le Guin, bekend als de schrijfster van A Wizard of Earthsea (1968), The Left Hand of Darkness (1969) en The Dispossessed (1974). Alle stukken in deze bundel gaan over fantasy en science fiction -- ik weet dat de officiële Nederlandse spelling "sciencefiction" is, maar er zijn grenzen -- en meer in het algemeen over de aard en waarde van literatuur.

Bill Bryson, "Shakespeare: The World as a Stage" (2007)

We weten vrijwel niets over Shakespeare. Er zijn maar enkele tientallen documenten overgeleverd waarin hij wordt genoemd, en dat zijn vrijwel allemaal officiële stukken die weinig tot niets laten zien over zijn persoonlijkheid. We hebben geen brieven van of aan Shakespeare, geen dagboeken, geen biografieën geschreven door tijdgenoten. Daar is op zich niets verwonderlijks aan: hetzelfde geldt voor vrijwel al zijn tijdgenoten, zeker voor zover die geen hoge maatschappelijke functies bekleedden.

Nick Montfort, "Twisty Little Passages" (2003), Chapters 5 - 8

Although the book is subtitled "An approach to Interactive Fiction", it is actually for the most part a historical overview. Of the seven full-length chapters (chapter 8 is much shorter), five are almost entirely historical. This doesn't mean that it's just a bunch of dates: Montfort mixes the dry facts of history with literary criticism and judgement to create an interesting and enlightening discussion. But he is not, in chapters 3 through 7, especially concerned with theory.

Nick Montfort, "Twisty Little Passages" (2003), Chapters 1 - 4

(Ditmaal in het Engels, omdat ik vermoed dat een aantal Engelstaligen interesse zullen hebben.)

A. C. Bradley, "Shakespearean Tragedy", Lezing 2

De tweede lezing uit Bradleys Shakespearean Tragedy heet Construction in Shakespeare's Tragedies, en is duidelijk minder interessant dan de eerste lezing (maar die legde de lat ook wel hoog). Wat Bradley hier zal doen is ons meevoeren langs de algemene opbouw van een tragedie, en ons wijzen op wat specifieke technieken van de bard.

1

A. C. Bradley, "Shakespearean Tragedy", Lezing 1

Dit beroemde boek uit 1904 heb ik gisteren gevonden bij De Slegte in Den Haag, nadat ik kort geleden al zijn Oxford Lectures on Poetry had aangeschaft bij de corresponderende winkel in Utrecht. Laten we onmiddellijk beginnen met de (vrij geniale) eerste lezing, The Substance of Shakespearean Tragedy.

Harold Bloom, "The Western Canon" - Hoofdstuk 1

Volgens Bloom is de ware vraag van de canon deze:

What shall the individual who still desires to read attempt to read, this late in history? (p. 15)

en hij wijst erop dat een leven niet meer lang genoeg is om alles te lezen wat zeer goed is in de Westerse traditie. Daar zit natuurlijk veel in; als lezers moeten wij uiterst selectief zijn. Het probleem van een slecht boek is niet dat het moreel verwerpelijk is om een slecht boek te schrijven of te lezen, maar dat het lezen van dat slechte boek het onmogelijk maakt om een (zij het onbepaald) goed boek te lezen.

Syndicate content