Roman

warning: Creating default object from empty value in /home/victor/public_html/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Charles Dickens, "A Christmas Carol" (1843)

A Christmas Carol is natuurlijk dusdanig bekend dat je bijna niet aan het boek kan beginnen zonder een idee te hebben van wat er gaat volgen. De naam van de hoofdpersoon, Scrooge, is synoniem geworden met iemand die zo vrekkig is dat hij niet van het leven kan genieten en volkomen gesloten is voor elke vorm van echt menselijk contact. En dan komen er op kerstavond geesten naar hem toe die hem zijn verleden, heden en toekomst laten zien, totdat hij in tranen zijn leven betert en een vrijgevige, gulle en aardige man wordt.

Michael Moorcock, "The Golden Barge" (1958/1979)

The Golden Barge is een jeudgwerk van de redelijk succesvolle fantasyschrijver Michael Moorcock (1939). Hoewel het in 1958 is geschreven, werd het pas veel later, in 1979, gepubliceerd in een mooie uitgave met glimmende kaft en een voorwoord van M. John Harrison.

Agatha Christie, "One, Two, Buckle My Shoe" (1940)

De allereerste Engelse boeken die ik ooit las, afgezien van boekjes speciaal voor het leren van Engels, waren een aantal van de detectiveverhalen van Agatha Christie. Qua taal zijn ze niet moeilijk en ook de verhalen zelf zijn gemakkelijk te begrijpen, met heldere typetjes en een rechttoe rechtaan detective-plot.

Dimitri Verhulst, "De zomer hou je ook niet tegen" (2015)

In zijn boekenweekgeschenk neemt Dimitri Verhulst een zeer groot risico: hij laat het hele verhaal vertellen door een hoofdpersoon die een heel specifieke wijze van uitdrukken heeft, een wijze van uitdrukken die hem weliswaar definieert, maar die ook buitengewoon irritant is. De hoofdpersoon, Pierre, is namelijk iemand die voortdurend grappig en origineel probeert te zijn, maar daarbij gebruik maakt van een scala aan trucjes en ongetwijfeld vooraf bedachte frases waar je al binnen een pagina een beetje misselijk van wordt.

F. Scott Fitzgerald, "The Great Gatsby" (1925)

Het ligt voor de hand om The Great Gatsby te lezen als een commentaar op de American dream. Het levensverhaal van Gatsby is een wel heel curieuze en schrijnende versie van het traditionele "rags-to-richess" en bovendien is hij de dromer par excellence. Net zoals de man in het verhaal van Borges besluit Gatsby, eigenlijk James Gatz, een man te dromen -- namelijk Jay Gatsby, een betere versie van zichzelf, een succesvolle en rijke man die zich mag verheugen in de eeuwige liefde van het rijke meisje Daisy dat ooit zijn hart heeft gestolen.

Ira Levin, "The Boys from Brazil" (1976)

Vermoedelijk is The Boys from Brazil een thriller, een genre waarvan ik weet dat het bestaat maar waarin ik werkelijk nooit iets lees. Behalve nu, dus. Mijn oog viel op het boek omdat ik de titel kende en bovendien ongeveer wist waar het over ging: een ontsnapte nazi-wetenschapper, dokter Mengele, die in Zuid-Amerika datgene doet wat iedere ontsnapte nazi-wetenschapper in Zuid-Amerika zou doen. Inderdaad: Hitler klonen.

Milan Kundera, "The Unbearable Lightness of Being" (1984)

Een roman die begint met een verhandeling over Nietzsches idee van de eeuwige wederkeer en vervolgens de vraag stelt wat beter is, lichtheid of zwaarheid, is een roman die mij als filosoof natuurlijk onmiddellijk aanspreekt. Niet dat het een werkelijk filosofische verhandeling is, als ik die term enigszins essentialistisch gebruiken mag; daarvoor zou de doordenking van Nietzsche te weinig grondig, te weinig systematisch zijn. Het is filosofie geïnjecteerd in een roman, maar dan binnen die roman als zodanig apart gezet en herkenbaar gehouden.

Arthur Conan Doyle, "The Lost World" (1912)

Arthur Conan Doyle is zó bekend van zijn verhalen over Sherlock Holmes dat zijn andere literaire werken daarbij in de schaduw staan. Van de rest van zijn oeuvre schijnen de drie romans en twee korte verhalen over professor Challenger nog het bekendst te zijn; en dit boek, The Lost World, is de eerste van die romans.

Stephen Crane, "The Red Badge of Courage" (1895)

The Red Badge of Courage is een verwarrend boek en dat is precies de bedoeling. Crane beschrijft een enkele veldslag uit de Amerikaanse burgeroorlog, maar laat hierbij zoveel mogelijk context weg: we krijgen niets te horen over de oorlog als geheel en van de veldslag niets meer dan wat één enkele soldaat, "de jongeling," ervan ziet en begrijpt. Dat is niet veel. De individuele soldaat heeft volstrekt geen overzicht, weet niet wat er gebeurt, wat zijn rol in het grotere geheel is of zelfs maar of de gevaarlijke acties die hij uit moet voeren enig nut hebben.

Isaac Asimov, "Foundation / Foundation and Empire / Second Foundation" (1942-1953)

De originele Foundation-trilogie is wellicht het bekendste werk van Asimov, die zelf wellicht de bekendste sciencefictionschrijver van de twintigste eeuw is -- of was. Ik kan me goed voorstellen dat zijn ster zal dalen en ook al gedaald is ten opzichte van eerdere en latere schrijvers; dat Asimov iemand is die op een bepaald moment een grote invloed heeft gehad, maar die invloed niet voor de eeuwigheid behoudt.

Syndicate content