Satire

François Rabelais, "Gargantua" (1534)

Mijn verwachtingen omtrent La vie très horrifique du grand Gargantua, père de Pantagruel, jadis composée par M. Alcofribas abstracteur de quintessence. Livre plein de Pantagruélisme -- Gargantua voor intimi -- waren erg hoog. Rabelais, een van de meesters van Franse literatuur, zou mij hier om de oren slaan met de meest bijtende satire, de meest hilarische grappen, en natuurlijk het soort vermenging van hoge en lage cultuur dat veel van de beste recente literatuur kenmerkt. Hier zou ik gaan leren waar Joyce en Pynchon de mosterd hadden gehaald!

Multatuli, "Max Havelaar" (1860)

Volgens de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde is Max Havelaar het meest canonieke boek uit de Nederlandse literatuur. Volgens de door het NRC georganiseerde publieksstemming over het "beste boek" is dat overdreven: Max Havelaar moet hier de tijdloze meesterwerken De ontdekking van de hemel en Het huis van de moskee voor zich laten.

G. K. Chesterton, "The Napoleon of Notting Hill" (1904)

The Napoleon of Notting Hill begint in Londen in 1984, maar het is een 1984 dat -- zoals de verteller aan het begin van het boek uitlegt -- in weinig verschilt van het Londen van 1904. De wereld is opgedeeld door een paar superstaten, die geen zin hebben in oorlog met elkaar. (Klinkt bekend?) De Engelsen hebben de democratie afgeschaft omdat ze erachter zijn gekomen dat het toch niet uitmaakt welke sukkel je aan het hoofd van een democratie zet: de koning wordt nu aangewezen door loting.

Juvenalis, "Satiren", IX tot XVI

Juvenalis wordt niet per se beter naarmate hij ouder wordt, hoewel Satire IX nog wel erg leuk is. Hij heeft hier een gesprek met een vriend van hem die tot nog toe aan de kost is gekomen als gigolo maar de toekomst somber inziet. Met name is hij verbolgen op de rijke homoseksueel Virro, die verkikkerd was op hem en zijn gigantische lid, maar die hem niet wil belonen met een inkomen of iets dergelijks. Ik heb je toch al genoeg betaald?, is het verweer van Virro.

"Well," I say, "fetch the accountant
With his reckoner and tables, tot up the total figure:

Juvenalis, "Satiren", VI tot VIII

Het is de beroemdste satire, Satire VI, en ook de langste. Waar kan die over gaan? Vrouwen, natuurlijk. Het idee is dat Juvenalis zijn vriend Postumus waarschuwt om nooit te trouwen, aangezien daar alleen maar narigheid van komt:

... Postumus, are you really
Taking a wife? You used to be sane enough -- what
Fury's got into you, what snake has stung you up?
Why endure such bitch-tyranny when rope's available
By the fathom, when all those dizzying top-floor windows
Are open for you, when there are bridges handy

Juvenalis, "Satiren", I tot V

Het Rome van Juvenalis is het Rome van Petronius: rauw en smerig, een ketel van lusten en onlusten, een gigantische kloof tussen arm en rijk, een circus van decadentie en geweld. Maar waar Petronius een avonturenverhaal schrijft, daar geeft Juvenalis ons morele kritiek -- vaak grappig, maar boos en verongelijkt. Je krijgt een beetje het idee dat hij vooral schrijft uit ressentiment.

Loukianos, "Satirical Sketches"

In de serie Penguin Classics is ooit een boekje verschenen getiteld Satirical Sketches, met daarin een bloemlezing uit het werk van Loukianos van Samosata (ca. 120- ca. 180) vertaald door Paul Turner.

Syndicate content