Theater

warning: Creating default object from empty value in /home/victor/public_html/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

William Shakespeare, "Richard III" (rond 1592)

Het schijnt dat Richard III vrij vaak wordt opgevoerd, en eigenlijk altijd een van Shakespeares meer populaire stukken is geweest. Waarom, dat is me na lezing niet erg helder. Richard III duurt niet alleen eindeloos lang, het bevat ook heel veel scènes die beter nooit geschreven hadden kunnen worden.

William Shakespeare, "The Merchant of Venice" (rond 1597)

De hoofdrollen in The Merchant of Venice zijn weggelegd voor Portia en Shylock, twee figuren die stereotype rollen te vervullen hebben, maar die zich daar volkomen aan weten te onttrekken. Portia is de sprookjesprinses: jong, mooi, rijk, ongehuwd, en wachtend op de prins die haar hand zal verdienen. Shylock is de kwaadaardige jood: gemeen, geniepig, een woekeraar, en gevuld van haat voor christenen. Samen in één toneelstuk zouden ze goed moeten zijn voor een antisemitisch sprookje, en misschien is The Merchant of Venice dat ook wel, maar het is het toch ook vooral niet.

William Shakespeare, "A Midsummer Night's Dream" (rond 1595)

A Midsummer Night's Dream is een van de weinige stukken waarvan Shakespeare het verhaal zelf geschreven schijnt te hebben. Het resultaat is een vreemd allegaartje van Griekse mythologie, volstrekt niet mythologische Atheense liefdespaartjes, elfjes, en een groep maffe ambachtslieden met nogal Engelse namen. Maar niet alleen is dat geen enkel bezwaar in de droomwereld van deze midzomer, het geeft Shakespeare de mogelijkheid om te spelen met die vreemde combinaties.

William Shakespeare, "Romeo and Juliet"

Romeo and Juliet is zeker niet de beste tragedie van Shakespeare. Zo is het verhaal bijvoorbeeld behoorlijk onzinnig. Waarom, zo vragen we ons af, vertelt Juliet niet gewoon aan haar vader dat ze al getrouwd is met Romeo? Hij zal dat ongetwijfeld niet leuk vinden, maar het klinkt beter dan zelfmoord plegen, en het klinkt zeker beter dan het plan van friar Lawrence om haar twee dagen in een dood-achtige slaap te brengen. Waar komt dat plan überhaupt vandaan?

Henrik Ibsen, "Geesten" (1881)

Toneelstukken moet je altijd minstens twee keer lezen. Wanneer je een toneelstuk ziet hebben de acteurs het al voor je geïnterpreteerd, en met hun manier van spelen verwijderen ze allerlei ambiguïteiten uit de tekst, of leggen ze de nadruk op subtiele betekenissen die je anders niet meteen op zou merken. Het toneelstuk lees je de eerste keer om tot een globale interpretatie te komen, en de tweede keer om met behulp van die interpretatie te begrijpen wat de karakters nu eigenlijk echt zeggen en doen. De hermeneutische cirkel, inderdaad, maar die is hier dus harder nodig dan ooit.

Goethe, "Faust" (1808-1832) -- eerste indrukken

Faust! De titel kondigt aan dat ik hier slechts mijn eerste indrukken zal beschrijven, en dat zou de onwetende tot de conclusie kunnen brengen dat ik slechts even door het boek heb gebladerd. Nee, ik heb het van het eerste tot het laatste woord gelezen; en toch durf ik niet te zeggen dat ik meer dan eerste indrukken heb verkregen. In de eerste plaats omdat ik het boek, hoogmoedig als ik ben, in het Duits heb gelezen, en besloot dat ik deze eerste keer beter het woordenboek nog niet ter hand kon nemen. Veel heb ik daardoor gemist dat bij herlezen helder moet worden.

Euripides, "Medea" (431 vC)

Ooit heb ik een schoolonderzoek gedaan over Medea, dus dit is zonder meer de eerste klassieke tragedie waarmee ik kennis heb gemaakt. Ditmaal ben ik echter niet zo ambitieus geweest het Grieks erbij te pakken: Philip Vellacott heeft dat voor mij gedaan en er een lekker lopende Engelse vertaling van gemaakt.

Aeschylos, "Prometheus geboeid" (5e eeuw voor Christus)

Dit is een waanzinnig stuk. Helemaal in het begin wordt Prometheus aan een rots geketend omdat hij Zeus woedend heeft gemaakt, en daar komt hij vervolgens ook nooit meer vanaf. We krijgen vooral, in soms zelfs in vertaling (van Philip Vellacot) geniale poëzie, te horen wat Prometheus dan precies gedaan heeft; hoe hij wraak gaat nemen op Zeus; en hoe hij nog veel erger door Zeus gestraft gaat worden. Daarnaast komt Io nog een keer langs, om te vertellen welke martelingen ze wel niet allemaal heeft moeten doorstaan door toedoen van Zeus.

William Shakespeare, "Henry IV, Part Two"

I am not only witty in myself, but the cause that wit is in other men. (I.2. 8-9)

Samuel Beckett, "Endgame"

Beckett is geobsedeerd door eindes die maar niet willen komen, aflopende zaken waarvan de helling zo geleidelijk is dat we nauwelijks weten of we glijden of stilstaan maar waar de mogelijkheid van een plotselinge afgrond altijd helder aanwezig is. Er lijkt steeds niets te gebeuren, maar wie weet of al die kleine non-gebeurtenissen niet ineens op zullen tellen tot iets? Deze gedachte wordt meteen aan het begin van het stuk geuit door de bediende Clov, die refereert aan de paradox van de hoop:

Syndicate content