Aristocratisch

warning: Creating default object from empty value in /home/victor/public_html/modules/taxonomy/taxonomy.pages.inc on line 33.

Jonathan Swift, "Gulliver's Travels" (1726)

Dat Gulliver's Travels het ooit tot kinderboek en inspiratie voor kinderfilms heeft geschopt is iets waar de lezer van het boek zich enkel over kan verbazen. Swifts satire op politiek, oorlog, wetenschap, religie, en op menselijke dwaasheden in het algemeen, moet voor kinderen volstrekt onbegrijpelijk zijn; en alleen door vrijwel alles eruit te laten, en de paar details die overblijven zelf opnieuw uit te werken, kan er jeugdliteratuur van gemaakt worden.

William Shakespeare, "Richard III" (rond 1592)

Het schijnt dat Richard III vrij vaak wordt opgevoerd, en eigenlijk altijd een van Shakespeares meer populaire stukken is geweest. Waarom, dat is me na lezing niet erg helder. Richard III duurt niet alleen eindeloos lang, het bevat ook heel veel scènes die beter nooit geschreven hadden kunnen worden.

William Shakespeare, "The Merchant of Venice" (rond 1597)

De hoofdrollen in The Merchant of Venice zijn weggelegd voor Portia en Shylock, twee figuren die stereotype rollen te vervullen hebben, maar die zich daar volkomen aan weten te onttrekken. Portia is de sprookjesprinses: jong, mooi, rijk, ongehuwd, en wachtend op de prins die haar hand zal verdienen. Shylock is de kwaadaardige jood: gemeen, geniepig, een woekeraar, en gevuld van haat voor christenen. Samen in één toneelstuk zouden ze goed moeten zijn voor een antisemitisch sprookje, en misschien is The Merchant of Venice dat ook wel, maar het is het toch ook vooral niet.

William Shakespeare, "A Midsummer Night's Dream" (rond 1595)

A Midsummer Night's Dream is een van de weinige stukken waarvan Shakespeare het verhaal zelf geschreven schijnt te hebben. Het resultaat is een vreemd allegaartje van Griekse mythologie, volstrekt niet mythologische Atheense liefdespaartjes, elfjes, en een groep maffe ambachtslieden met nogal Engelse namen. Maar niet alleen is dat geen enkel bezwaar in de droomwereld van deze midzomer, het geeft Shakespeare de mogelijkheid om te spelen met die vreemde combinaties.

François Rabelais, "Gargantua" (1534)

Mijn verwachtingen omtrent La vie très horrifique du grand Gargantua, père de Pantagruel, jadis composée par M. Alcofribas abstracteur de quintessence. Livre plein de Pantagruélisme -- Gargantua voor intimi -- waren erg hoog. Rabelais, een van de meesters van Franse literatuur, zou mij hier om de oren slaan met de meest bijtende satire, de meest hilarische grappen, en natuurlijk het soort vermenging van hoge en lage cultuur dat veel van de beste recente literatuur kenmerkt. Hier zou ik gaan leren waar Joyce en Pynchon de mosterd hadden gehaald!

William Shakespeare, "Romeo and Juliet"

Romeo and Juliet is zeker niet de beste tragedie van Shakespeare. Zo is het verhaal bijvoorbeeld behoorlijk onzinnig. Waarom, zo vragen we ons af, vertelt Juliet niet gewoon aan haar vader dat ze al getrouwd is met Romeo? Hij zal dat ongetwijfeld niet leuk vinden, maar het klinkt beter dan zelfmoord plegen, en het klinkt zeker beter dan het plan van friar Lawrence om haar twee dagen in een dood-achtige slaap te brengen. Waar komt dat plan überhaupt vandaan?

John Milton, "Paradise Regained" (1671)

Voor Paradise Regained heeft Milton een relatief vreemd onderwerp uitgekozen: niet de dood van Jezus, maar de verzoeking in de woestijn. Zo'n 2000 dichtregels besteedt hij aan een episode waar Mattheüs er maar 11 voor nodig had:

Christine de Pizan, "Het boek van de stad van de vrouwen" (1405)

Het boek van de stad van de vrouwen, ofwel Livre de la Cité des Dames, ofwel in de Engelse vertaling die ik gelezen heb (van de hand van Rosalind Brown-Grant) The Book of the City of Ladies, is een verzameling argumenten en verhalen waarmee Christine de Pizan tegenwicht wilde bieden aan het in de literatuur dominante idee dat vrouwen dom, slecht, zondig, of anderszins maar beter te vermijden waren.

Ludovico Ariosto, "Orlando Furioso" (1532)

Na ongeveer 1600 pagina's dolende ridders kan ik maar één ding zeggen: wat een geweldig boek is dit! En wat is het bevreemdend dat Ariosto zo wenig bekend is. Ik had althans nauwelijks van hem gehoord, en kwam dit boek meer toevallig tegen omdat er een Nederlandse vertaling van was verschenen. Vergeet Cervantes; Ariosto, da's pas leven.

Ludovico Ariosto, "Orlando Furioso" (1532), I.1 - VI.16

Het is een karwij, Ariosto lezen, aangezien Orlando Furioso tot de langste gedichten ter wereld behoort; maar hard werken, dat is het niet. We betreden hier de wereld van het ridderepos, of de romance, en worden meegenomen op een stroom van avonturen, betoveringen, tweegevechten, plotseling opstekende liefdes en net zo snel neerdalende haat, monsters, kwade koningen, goede ridders -- en wellustige monniken die impotent blijken te zijn. Zestiende eeuw, Italië: we zitten al een heel eind in de Renaissance, en niemand zou Ariosto kunnen verwarren met een serieus middeleeuws werk.

Syndicate content