Chaotisch

Richard Rorty, "Moral identity and private autonomy: the case of Foucault"

In dit korte artikel illustreert Rorty zijn private/public-onderscheid aan de hand van Michel Foucault, die daar inderdaad erg geschikt voor is. Er zijn twee Foucaults, zegt Rorty: de Amerikaanse Foucault die autonomie in puur menselijke termen wil begrijpen en een liberaal is, en de Franse Foucault die denkt dat autonomie inhoudt dat je onmenselijke gedachten denkt en een anarchist is. Deze twee Foucaults corresponderen met twee verschillende motieven die hij had.

Richard Rorty, "Is Derrida a transcendental philosopher?"

Zie ook deze eerdere stukken van Rorty over Derrida. Ditmaal is het naar aanleiding van een boek van Rodolphe Gasché, The Tain of the Mirror. Wat is een "tain"? Goede vraag. Antwoord: "thin tin plate; also, tin foil for mirrors".

Richard Rorty, "Two Meanings of 'Logocentrism': A reply to Norris"

Na Philosophy as a Kind of Writing en Deconstruction and Circumvention nog een essay van Rorty over Derrida (en er komen er meer). Ditmaal reageert hij op kritiek van Christopher Norris, die claimt dat Rorty de argumentatieve dimensie van Derrida niet voldoende aandacht heeft gegeven.

Charles Taylor, "Rorty and Philosophy"

I

Taylor en Rorty hebben een oud debat lopen, waar Taylor hier nog maar eens een ronde aan toevoegt. Ze zijn het erover eens dat we afmoeten van de Cartesiaanse representationalistische epistemologie, maar niet over hoe dat moet. Voor Rorty moeten we stoppen de vragen de stellen; voor Taylor moeten we er betere antwoorden op vinden, omdat je anders vast blijft zitten in denkbeelden waarvan je alleen maar denkt dat je ze aan de kant hebt gezet.

Jean Bethke Elshtain, "Dont Be Cruel: Reflections on Rortyian Liberalism"

Volgens Elshtain is Rorty een intelligente en interessante denker, die echter steeds zijn gravitas ondermijnt door wat zij de "unbearable lightness of liberalism" noemt. En dat is wat ze in dit vrij kritische artikel zal betogen.

Richard J. Bernstein, "Rorty's Inspirational Liberalism"

Bernstein begint met een korte biografische schets van Rortys politieke denken, om vervolgens te claimen dat wat Rorty het mooiste vindt aan Dewey de overtuiging is dat wij mensen altijd een verschil kunnen maken in het creëren van een meer humane en rechtvaardige samenleving. Het gaat Dewey om het vervullen van de belofte van de democratie--een mooie wending, die ik hier graag affirmeer.

Georgia Warnke, "Rorty's Democratic Hermeneutics"

In dit vijfde artikel uit Richard Rorty (bezorgd door Guignon en Hiley) wordt het gebruik van het denken van Gadamer door Rorty tegen het licht gehouden. Rorty schetst een onderscheid tussen epistemologie, die naar funderingen zoekt, en hermeneutiek, die juist als mediator optreedt. Hermeneutiek belichaamt de hoop dat we ook zonder fundering met elkaar kunnen praten; het stelt Bildung in plaats van fundering, en staat tegenover epistemologie als het onderzoek naar abnormale wetenschap staat tegenover het onderzoek naar normale wetenschap (in de betekenis van Kuhn).

Jürgen Habermas, "Richard Rorty's Pragmatic Turn"

Als eerste "criticus" van Rorty mag Habermas beginnen in Rorty and his Critics, en het resultaat is een artikel waarin hij pragmatisme en zijn eigen theorie van het communicatieve handelen met elkaar verbindt, en probeert aan te tonen dat Rorty niet voldoende aandacht heeft voor objectiviteit.

Donald Davidson, "Truth Rehabilitated"

In een kort artikel in Rorty and his Critics probeert Davidson te laten zien dat de juiste manier om over waarheid te denken niet die van de correspondentietheoretici is, maar ook niet die van de pragmatisten. Ik had uit Rorty altijd begrepen dat Davidson ontzettend cool was, maar hier zegt hij toch dingen waar je niet heel gelukkig van wordt! Daarover straks meer.

Michael Williams, "Epistemology and the Mirror of Nature"

1. The Emergence of Epistemology

In Philosophy and the Mirror of Nature maakt Rorty de op het eerste gezicht bizarre claim dat epistemologie een modern onderwerp is--iets wat gevormd is door Descartes, Locke en Kant, en dat Plato nog niet kende. Deze these noemt Williams de Emergence Thesis.

Syndicate content