Democratisch

Multatuli, "Max Havelaar" (1860)

Volgens de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde is Max Havelaar het meest canonieke boek uit de Nederlandse literatuur. Volgens de door het NRC georganiseerde publieksstemming over het "beste boek" is dat overdreven: Max Havelaar moet hier de tijdloze meesterwerken De ontdekking van de hemel en Het huis van de moskee voor zich laten.

Nathaniel Hawthorne, "The Scarlet Letter" (1850)

The Scarlet Letter is een van de klassiekers van de Amerikaanse literatuur van de 19e eeuw, en wordt in dat verband vaak met Moby Dick in een adem genoemd. Een dergelijke vergelijking kan de (overigens veel kortere) roman van Hawthorne zeker niet aan, maar een intens en bij vlagen geïnspireerd boek is het zeker.

Walter Scott, "Ivanhoe" (1820)

Wie in Edinburgh is geweest en daar het gigantische en protserige "Scott monument" heeft aanschouwd, begrijpt iets van de grote populariteit die deze schrijver ooit genoten heeft. Scotts historische romans waren een geweldig succes. Waverley (1814) was een fenomeen, en Scott schreef hierna nog een hele sloot boeken over de recente Schotse geschiedenis, boeken die over het algemeen als zijn beste gezien worden. Maar in 1820 was hij toe aan iets anders, een andere periode en een andere plek, en dus krijgen we Ivanhoe, dat in het Engeland van de 12e eeuw speelt.

Oscar Wilde, "De Profundis" (1897)

De Profundis is de titel die nu meestal gegeven wordt aan de zeer lange en zeer mooie brief die Oscar Wilde in 1987 schreef aan zijn voormalige vriend Bosie (Lord Alfred Douglas). Op dat moment zat Wilde in de gevangenis, waartoe hij was veroordeeld wegens vermeende homoseksuele contacten met deze Bosie; die hem vervolgens vrijwel niets meer heeft laten horen.

Jane Austen, "Northanger Abbey" (1803/1817)

Northanger Abbey is de eerste roman van Jane Austen, al is hij door vreemde omstandigheden (een uitgever die het manuscript wel kocht maar het toen toch niet uitgaf) pas in 1817, het jaar van Austens overlijden, gepubliceerd. Het meest opvallende aan het boek is dat het grotendeels een persiflage is op de gothic novel. Ten eerste heeft de hoofdpersoon, Catherine Morland, veel te veel van deze romans gelezen, zodat ze allerlei hele gewone gebeurtenissen onmiddellijk interpreteert op de meest dramatische en lugubere wijze.

Henrik Ibsen, "Geesten" (1881)

Toneelstukken moet je altijd minstens twee keer lezen. Wanneer je een toneelstuk ziet hebben de acteurs het al voor je geïnterpreteerd, en met hun manier van spelen verwijderen ze allerlei ambiguïteiten uit de tekst, of leggen ze de nadruk op subtiele betekenissen die je anders niet meteen op zou merken. Het toneelstuk lees je de eerste keer om tot een globale interpretatie te komen, en de tweede keer om met behulp van die interpretatie te begrijpen wat de karakters nu eigenlijk echt zeggen en doen. De hermeneutische cirkel, inderdaad, maar die is hier dus harder nodig dan ooit.

Jane Austen, "Persuasion" (1817)

Als je verwacht de humor en de ironie van Pride and Prejudice voorgeschoteld te krijgen wanneer je Persuasion begint te lezen, dan staat je een verrassing te wachten. Niet dat Austen hier nooit ironisch is, maar het vormt niet het hart van het boek. Dat zou ook niet kunnen. Elizabeth Bennet, de heldin van Pride and Prejudice, is grappig en wilskrachtig, iemand op wie we vrijwel meteen verliefd kunnen worden. Maar ze is, in ieder geval aan het begin van het boek, niet geweldig wijs.

Herman Melville, "Moby Dick; or, The Whale" (1851)

Moby Dick is als boek zo groot als de potvis uit de titel. Dat is geen metafoor die ik zelf bedenk; de verteller, Ishmael, maakt de connectie expliciet. Zoals voor hem Moby Dick (de potvis) en de jacht op Moby Dick uiteindelijk symbool zijn voor alle aspecten van het menselijk bestaan, zo is Moby Dick (het boek) een werk dat alles moet omvatten. Geen wonder dat wat we in handen hebben volgens hem niets meer is dan

a draught -- nay, but the draught of a draught. (Hoofdstuk 32)

Citaten uit Moby Dick

Binnenkort, wellicht vandaag nog, zal er een analyse van Moby Dick op deze website verschijnen. Maar hoewel ik daarin ongetwijfeld eindeloos lange citaten zal opnemen, zal er ook veel niet in worden opgenomen wat de moeite van het opnemen heel wel waard is. Daarom hier simpelweg een hele berg citaten, losjes gegroepeerd naar thema, met enkele woorden van toelichting. Alle verwijzingen zijn naar hoofdstuknummers.

De zee, de zee

De zee en de walvis zijn voor Ishmael objecten met grote betekenis. Naar zee gaat hij als hij het leven anders niet meer aan kan:

Mary Shelley, "Frankenstein" (1818)

Frankenstein; or, The Modern Prometheus is typisch zo'n boek waarvan je denkt het verhaal wel ongeveer te kennen -- totdat je erover nadenkt, en tot conclusie komt dat je het verhaal eigenlijk helemaal niet goed kent. Ik heb voor zover ik weet nooit één van de duizenden verfilmingen gezien. Wel heb ik ooit op de middelbare school een "easy English" versie van het boek gelezen, maar dat is lang geleden.

Syndicate content