Theocratisch

Herodotos & James Romm, "Herodotus"

Eén van de beste dingen aan Herodotos is dat hij de gebeurtenissen die hij te vertellen heeft niet ondergeschikt maakt aan een structurerend verhaal. Wat bedoel ik daar precies mee? Ik weet niet of ik het goed kan uitleggen, maar laten we het als volgt proberen. Als iemand nu een boek zou schrijven over een grootse oorlog (iets wat je in fantasy bijvoorbeeld veel ziet), dan zou hij toewerken naar de climax van de laatste gevechten. De slag bij Salamis! De slag bij Plataea!

Herodotos, "Historiën"

Gisterenmiddag in de trein de Historiën uitgelezen (waarvan ik twee van de negen boeken hier al besproken heb). Als je dit boek voor de eerste keer leest krijg je een overweldigende hoeveelheid verhalen, gebeurtenissen en personen over je heen. Hoewel het allemaal bij elkaar wordt gehouden door een centraal plot (namelijk de expansionistische oorlog van Perzië tegen Griekenland, of, groter gezegd, van Azië tegen Europa) is het niet gemakkelijk, sterker nog, niet mogelijk om de overdaad aan informatie in je hoofd te houden en samen te smeden tot een geheel.

Herodotos, “Historiën” – Boek 2

Boek 2 van Herodotos gaat ongeveer als volgt: "Cambyses ging Egypte aanvallen. Wacht, ik zal eerst iets over Egypte vertellen." -- en dan gaat het hele boek alleen maar over Egypte, en pas in boek 3 wordt het verhaal weer opgepakt. Niet dat dat erg is: Herodotos is ook leuk als hij over Egypte spreekt.

Eén van de meest interessante dingen van dit boek is het spel met waarheid en geloofwaardigheid dat er gespeeld wordt. Herodotos zelf heeft allerlei modi: de "ik heb dit met eigen ogen gezien"-modus, de "dit vertel ik zonder er iets bij te zeggen"-modus, de "dit hebben geloofwaardige mensen mij verteld"-modus, de "dit heb ik van horen zeggen"-modus, de "er zijn veel versies van dit verhaal, maar deze geloof ik nog het meest"-modus, de "ik weet niet of het waar is, maar dit claimen ze"-modus, de "dit lijkt me toch wel vrij onwaarschijnlijk"-modus, de "ik heb een theorie bedacht"-modus, de "wat een onzin, die gelooft niemand"-modus, en zo nog wel meer.

Herodotos, "Historiën" - Boek 1

Ik wilde eerst een post over oneindige getallen gaan schrijven, maar toen kwam ik erachter dat ik iets essentieels niet snapte. (Voor de liefhebber: ik begrijp dat ωn aftelbaar is voor n in N, maar niet dat ωω aftelbaar is.) Dus heb ik zojuist een wiskundeforum opgezocht en daar mijn vraag gepost--hopelijk horen jullie er nog van. (Edit: ja, ik heb antwoord en nu snap ik het!)

In de tussentijd kan ik mooi iets schrijven over de Historiën van Herodotos, die ik kort geleden uit de boekhandel heb gehaald. Op de middelbare school heb ik hier ooit nog stukken van vertaald, maar daar zal niet veel meer van lukken--vandaar dat ik de Engelse vertaling van Aubrey de Sélincourt heb aangeschaft.

Sophokles, "Ajax"

Een toneelstuk lezen is heel anders dan een ander soort boek lezen. Mij lukt het tot nog toe eigenlijk nooit om meteen bij de eerste lezing al van een toneelstuk te genieten. Ik moet het eerst een keer tot me nemen zodat ik de hoofdlijnen begrijp, en dan moet ik het nog een keer lezen, hardop of quasi-hardop, met de intonaties die een acteur zou gebruiken. Pas dan kan ik ervan gaan genieten.

Homeros, “Odysseia” — Allerlei

Er valt in de Odyssee natuurlijk van veel te genieten--Homeros is een echte entertainer. Als rondtrekkende zanger kan je ook moeilijk geen entertainer zijn! In deze post zal ik een paar opvallende dingen noemen, maar die zijn redelijk willekeurig gekozen.

De wil van Zeus

Voor zover ik kon zien is dit de enige passage in heel Homeros waarin menselijke vrijheid wordt geaffimeerd--weliswaar gaat het hier om een gruwelijke misdaad, maar toch:

Dat tartte ieder noodlot, dat had het lot nooit beschikt. (Boek 1.)

Homeros, “Odysseia”

Zo, even het werk van Homeros er doorheen gejaagd; een paar dagen geleden de Ilias in de vertaling van M. A. Schwartz, nu de Odyssee, in de vertaling van Imme Dros.

Homeros, “Ilias” – Met Achilles de diepte in

Ik wil hier een paar moment memoreren waarop Achilles ontsnapt aan de archetypische held, en psychologische kanten laat zien die daar niet bijhoren.

Achilles als apocalyptische denker

Het is van alle helden duidelijk wat ze willen: roem verzamelen, en dat hun leger wint van dat van de tegenstander, het liefst met zo min mogelijk verliezen. Achilles is dan ook verbazingwekkend wanneer hij Patroklos vertelt dat hij niet achter Hektor aan moet gaan, en ineens uitroept:

Homeros, “Ilias” – Eer in boek 23

Boek 23 heet "Begrafenis van Patroklos - Lijkspelen", en om die lijkspelen gaat het me nu. Achilles looft prijzen uit voor een aantal wedstrijden, zoals wagenrenner, hardlopen, boogschieten, boksen en speerwerpen. Dat lijkt allemaal heel simpel, maar er is een probleem. Het hele waardenstelsel van de helden uit de Ilias stelt kunde, eer en sociale positie gelijk. Wie een hogere positie heeft, heeft meer eer, en is beter. Maar als je een wedstrijd houdt... dan zou de mindere wel eens van de meerdere kunnen winnen.

Je kan boek 23 lezen als een soort catalogus van dingen die mis kunnen gaan, waarbij Homeros laat zien hoe je dat oplost. De these dat hij dit expres inlast om de problemen met deze erecode eens uitgebreid tentoon te stellen, dat Homeros dus tussen de regels door een ironische criticus is, is te prettig om niet te omarmen.

Homeros, “Ilias” – Allerlei

In de komende posts wil ik op een aantal intrigerende, mooie of anderszins noemenswaardige passages van de Ilias ingaan. Deze komen allemaal uit het laatste stuk van het boek, en dit om twee redenen. Ten eerste omdat ik toen pas ijverig met het potlood aan de slag ben gegaan, tijdens het lezen; ten tweede omdat het laatste stuk beter is dan het eerste. Dat is althans op dit moment mijn mening. Het is natuurlijk mogelijk dat ik in het begin nog moest wennen.

Syndicate content