Anoniem, "Beowulf" (8e eeuw - 11e eeuw?)

Net zoals de Ilias is de Beowulf geobsedeerd door de vraag wat de juiste manier van handelen is in een samenleving die draait om eer verkregen bij gevechten. Homeros staat vooral stil bij de vraag wat er gebeurt wanneer deze sociale orde wordt geschonden, en of de idealen eigenlijk wel in deze vorm houdbaar zijn. De anonieme auteur van Beowulf lijkt, ook al is hij een Christen die schrijft over heidenen, minder twijfels te koesteren over de juistheid van de sociale normen. Toch worden ook zijn zangen over heldenmoed getemperd, en wel door twee meer duistere thema's: de zinloze wraakoorlogen waarin de stammen steeds weer verzeild raken; en vooral de vergankelijkheid van al het menselijke. We komen dit vrijwel onmiddellijk tegen:

... High and horn-gabled,
the hall rose up. Soon it would taste
the treachery of fire. Nor was it long
before knives unsheathed and hatred flared
after hot words between sworn kin. (81-85.)

Uiteindelijk zullen die mensen die elkaar naar het leven staan alleen in terzijdes voorkomen; het centrale verhaal gaat over de gevechten die Beowulf levert met drie monsters -- Grendel, de moeder van Grendel, en een draak -- en hoe hij bij het laatste van die gevechten zelf om het leven komt. Het boek eindigt met zijn begrafenis en de voorspelling dat het met zijn koninkrijk nu wel snel bergafwaarts zal gaan.

Grendel! Een moeilijk te plaatsen wezen, een soort reus die tot razernij wordt gebracht wanneer hij het vrolijke feesten van mensen hoort, en die zelf door God gedoemd is in de wildernis te leven:

The cruel spirit was named Grendel,
great edge-keeper, who held the moor,
the fen and fastness. The spawn of the tideland
was his for a time, the miserable creature's,
after the Shaper had branded them
as kinsmen of Cain... (102-107.))

Grendel wordt zelfs een beetje tragisch wanneer hij Beowulf ontmoet en erachter komt dat er krachten bestaan die net zo sterk zijn als hij, of nog sterker.

... He became afraid
for the first time: he could not move.
He had on thought: flee to his den
and his ally devils; this meeting was outside
his experience, unlike anything in his life before. (753-757.)

Ja, zelfs zijn dood krijgt iets van de pathos die later ook de dood van de held zal hebben -- sowieso hebben de monsters en de helden in Beowulf een aantal opmerkelijk symmetrische eigenschappen.

... None considered it sad -
not one who gazed upon those tracks -
that he must die, the humbled thing,
crawling to the sea and its bestial shapes,
overcome by slaughter, bearing his blood-rimmed
footprints to the verge where all is forfeit.
There the sea welled with gore,
waves all stained with it, churning together,
surging with hot blood and battle oozings.
Bereft of all joy and doomed to die,
he hid himself in the depths of the marsh,
laid down his heathen soul: there hell received him. (841-852.)

Maar goed, dat is een dimensie van het werk die natuurlijk scherp gezien is door John Gardner, en waar ik binnenkort op terug denk te komen. Je zou trouwens willen dat Tolkien iets van deze vermenselijking van het kwaad had overgenomen uit de Beowulf, een werk dat hij goed kende en waar hij veel andere dingen wel van heeft overgenomen. (Zo zal het de moderne lezen misschien verrassen dat ook dit epos in Middelaarde speelt: een Germaanse term voor onze wereld, ingeklemd tussen de hemelen en de onderwereld.)

Welnu, de moeder van Grendel komt om Grendel te wreken, en Beowulf -- die hier expliciet een mogelijkheid voor meer eer en glorie in ziet -- achtervolgt haar tot in een hal onder het water waar hij haar slacht en ook het lijk van haar zoon nog even onthoofd. Hij krijgt zeer veel geschenken van de lokale koning. De belangrijkste taak van koningen is hoe dan ook het geven van geschenken aan wie dat verdienen, en dan vooral van ringen: elke koning wordt ook "ring-gever" genoemd door de dichter. Maar de oude koning geeft Beowulf ook een morele les mee: hij moet niet arrogant worden; hij moet vrijgevig blijven; en hij moet geen ruzies zoeken met andere stammen, want dat leidt alleen maar tot niet aflatende oorlogen. Vooral moet hij niet uit het oog verliezen dat alles eindig is:

Gird yourself against wickedness, dear Beowulf,
best of men, and choose what is ture,
the eternal gifts; forego pride,
famous champion. The fulness of your strength
lasts but a while; it soon will happen
that sickness or the sword's edge will part you from life,
fire will reach for you or the engulfing flood,
or the grip of iron, or the spear's flight,
or festering age; or the brightness of your eyes
be quenched in night; it will come, and quickly,
warrior, death will cut you down. (1758-1768.)

En inderdaad, niet veel later springt het gedicht vijftig jaar vooruit in de tijd. De nu oude Beowulf moet het opnemen tegen een vuurspuwende draak die zijn land terroriseert, en hij weet dat hij dit laatste gevecht niet zal overleven. Er wordt gevochten, de draak wordt overwonnen, grote schatten worden gewonnen -- en Beowulf sterft aan de wonden en het vergif. En daarmee breekt er een tijd aan waarin de voorspoed die de goede koning Beowulf kon brengen vermoedelijk verloren zal gaan:

... now that the war-prince has laid laughter aside
and every pleasure. Henceforth the spear
shall be seized in the chill of dawn,
hands will close on cold metal; harp music
shall not wake the warrior, but the black ravens
over the soon-to-die shall caw merrily,
and say to the eagle the feast he had
when he and the wolf gorged on corpses. (3020-3027.)

En daarmee zijn we terug bij het thema van vergankelijkheid en niet-aflatend geweld waarmee we het gedicht ook begonnen. Is de Beowulf van de eminentie van de Ilias? Nee. Maar een authentieke kracht heeft hij zeker.



Bibliografie: