Euripides, "Helena"

Helena is nog minder een tragedie dan Ion was, hoewel ik niet zou weten hoe je het stuk dan moet noemen. Het gaat over een van de meest waanzinnige bedenksels in de Griekse mythologie. Kijk, Helena, de vrouw om wie de Trojaanse oorlog gevoerd werd, had haar eigen cultus die op sommige plaatsen zelfs vrij belangrijk was. Maar uiteraard is het niet erg fijn als de godin die je vereert vooral berucht is vanwege haar ontrouw. Dus werd daar het volgende verhaal op bedacht (let wel, dit komt dus absoluut niet voor in Homeros): Helena is nooit met Paris mee naar Troje gegaan. Integendeel, Hera maakte een fantoom en stuurde dat met Paris mee, terwijl Helena zelf ondertussen in Egypte werd gestationeerd. De hele oorlog ging dus om een fantoom. Een soort "maar het was allemaal een droom!" in het kwadraat, en we hebben al gezien dat Euripides dit verhaal in Trojaanse vrouwen ook geheel niet meeneemt.

Maar hier dus wel. Helena is in Egypte, de koning die haar gastheer was is gestorven, en zijn nare zoon wil haar tegen haar wil huwen. Ze weet niet of Menelaos nog leeft, en wil alleen maar terug naar hem. Ondertussen gaat ze gebukt onder de last die op haar naam rust, omdat iedereen in Griekenland denkt dat zij schuldig is aan overspel terwijl ze helemaal niet schuldig is.

Natuurlijk komt Menelaos net op dit moment aan in Egypte (na een schipbreuk, dit zit trouwens wel in Homeros), en nadat hij heeft begrepen hoe de vork in de steel zit bedenken samen ze een plan om de vervelende koning Theoclymenus om de tuin te leiden. Dit plan slaagt, en Menelaos en Helena varen snel wel met een boot die ze hebben gekregen om de zogenaamde dood van Menelaos op zee te gedenken. Iedereen blij, behalve de matrozen die zijn gestorven in een vet gevecht op die boot.

Om het verhaal hoef je dit dus niet te lezen. Maar er zitten wel leuke dingen in. Wat te denken van de slaaf die dit zegt, iets wat Nietzsche vermoedelijk had toegejuicht:

To a slave his master's affairs mean a great deal; he shares in joy and sorrow alike; if not, he's no true man. I'm a slave by birth, I know; but there are slaves who are noble, who have the mind of a free man, if not the name: I want to count as one of them. It's the best way; otherwise you've a double misfortune--you take orders from every one all round, and you feel like a slave as well.

De vraag van alle ridders:

How shall we die so that our death brings us fame and honour?

Maar het is Helena die dit zegt! Later vraagt ze Aphrodite: "Why are you never sated with mortal suffering?" Ik meen dat ik nog een stuk van Euripides tegen ga komen waarin die vraag centraal staat.

Het koor mag ook niet vergeten worden. Dit lijkt me een redelijke vraag, een echo van Trojaanse vrouwen:

Why have the sons of Priam
Received each his portion in chambers of quiet earth,
When reasonable words could have solved the quarrel for Helen?

En hier bekritiseren ze esoterische filosofie:

You who with learned patience plod
Remotest realms of toilsome thought,
Can you by searching find out God,
Or bound his nature? Look at man!

Ook nog de moeite van het vermelden waard is de ode aan Demeter en Persephone, die op zich mooi is, maar helemaal niets met het stuk te maken heeft.