Vandaag was de eerste bijeenkomst van een leesgroep met Dirk-Jan en Leon; weliswaar kon Leon niet, maar we probeerden al zo lang een afspraak te maken dat we het toch maar door hebben laten gaan. Het boek dat we lezen heet Jacques Derrida, en het is geschreven door Geoffrey Bennington en Jacques Derrida zelf. Dat werkt als volgt. Bennington heeft een expositie van de ideeën van Derrida geschreven, een expositie die zo logisch en systematisch mogelijk is. De bovenste twee-derde van elke pagina bevatten dit verhaal van Bennington. Daaronder staat een reeks genummerde opmerkingen in stream-of-consciousness-stijl van Derrida, waarvan het de bedoeling is dat zij aan "the proposed systemization" ontsnappen, "suprising it." Het hele punt van Derrida is namelijk juist dat elk systeem open is en het verrassing toelaat. (Terwijl de traditionele filosofie het juiste systeem definieert als het systeem dat alle verrassingen onmogelijk maakt--het systeem van de noodzakelijkheid.)
Ik wil vooral ingaan nu op het verhaal van Bennington, want dat van Derrida is op dit moment nog enigszins vaag en ik vermoed dat we daar wellicht beter op terug kunnen komen als we wat verder het boek in zijn. Wel aardig is dat als Bennington zegt dat hij Derrida nergens direct gaat citeren, en dat hij een systematisering van het denken van Derrida gaat geven, deze daar als volgt op reageert:
[Benningtons theologische project kan niet alleen] ultimately do without me, without what I wrote in the past, or even what I seem to be writing here, but do without, forseeing or predicting what I could well write in the future, so that here I am deprived of a future, no more event to come from me, at least insofar as I speak or write, unless I write here, every man for himself, no longer under his law, improbable things which destabilize, disconcert, surprise in their turn G.'s program, things that in short he, G., any more than my mother or the grammar of his theologic program, will not have been able to recognize, name, foresee, produce, predict, unpredictable things to survive him, and if something should yet happen, nothing is less certain, it must be unpredictable, the salvation of a backfire. (pp. 30-31.)
Maar iets doen dat een verrassing is, is natuurlijk precies wat Bennington verwacht en als centraal element in zijn systeem zal zetten--het soort paradox dat we bij Derrida overal vinden, en dat Derrida in het hart van de filosofie (en het hart van het Worden, mag ik misschien wel zeggen, want wat is worden anders dan de paradox van zijn en niet-zijn) overal vindt.
Tweede these: de dominante passie van Derrida is de lust naar onuitputtelijkheid, dat wil zeggen, de lust naar de onvoorziene en oneindige mogelijkheid, en dat wil zeggen: de lust naar onsterfelijkheid. Onsterfelijkheid van onszelf, van de tekst, door de tekst van onszelf. Zij het dat we die onsterfelijkheid betalen door een verlies aan zelf, aan de identiteit en de heldere afbakening van het zelf.
Vanaf nu zal ik voornamelijk Bennington samenvatten. Paragrafen die puur mijn eigen gedachten zijn zet ik ingesprongen neer. Verder moet de lezer maar zien uit te zoeken wat mijn formuleringen zijn en wat die van Bennington--als we over zoiets kunnen spreken.
With Time
Als we willen aantonen dat Derrida hedendaags is, moeten we laten zien (a) dat hij een impact heeft (gehad) die niet slechts die van een mode is, en (b) in hoeverre en in welke opzichten hij vernieuwend is ten opzichte van de traditie. Voor dat laatste moeten we dan vertellen "what is proper to Derrida and none other, his originality, his idiom or signature" (p. 6). Dat is ook fijn voor de lezer, want die kan dan zeggen dat Derrida die persoon is die als eerste en integenspraak met die-en-die de claim heeft gemaakt dat X.
Maar dit kan niet helemaal goed gaan, want Derrida is in eerste instantie niet iemand die een systeem heeft opgebouwd, maar iemand die bepaalde teksten op een bepaalde manier heeft gelezen. Hij is dus eigenlijk "very modest" (p. 6), want een zeer nauwkeurige lezer van andere filosofen; maar hij is ook "immodesty itself" (p. 7), omdat hij er dingen in leest die de teksten tot nog toe nooit leken te zeggen en omdat hij zeker is "of having diagnosed the hidden and unthought truth of all the others" (p. 7).
Tussen die twee verschillende kanten van Derrida moeten we niet kiezen; wat we moeten inzien is dat juist het denken van Derrida ons in staat stelt deze situatie te begrijpen. Derrida is hedendaags of eigentijds omdat "the time he thinks dislocates all contemporaneity" (p. 8).
Deze nogal duistere formulering legt Bennington hier niet verder uit, maar het is natuurlijk duidelijk dat voor Derrida de filosofie (of het denken van een specifieke filosoof) niet gedacht kan worden in termen van een origine en vervolgens verdere stappen op de juiste weg (althans, zo mag je het wel denken maar dat is niet voldoende); het op het eerste gezicht latere blijkt steeds de mogelijkheidsvoorwaarde voor het eerdere; en dus heeft het weinig zin in het denken aan chronologie te doen. Andere lezing: als de betekenis van Plato afhangt van het systeem der verschillen waarin hij zit, maar ook alle filosofen na hem, dan is de betekenis van Plato iets dat ook door ons nu wordt beïnvloed en gemaakt. Plato gebeurt nog steeds.
Remark
Alle ideeën over hoe je een systematische beschouwing van Derrida moet opzetten zijn problematisch, omdat zijn denken nu juist onze ideeën over systemen bevraagt en verandert. We kunnen dus niet aan het begin van het boek, voordat we echt beginnen, een opbouw kiezen: "Our little problems of reading-protocol cannot therefore remain enclosed in the space of a preface: they are already [déja] the whole problem." (p. 10). In zekere zin moeten we Derrida dus over ons heen laten komen, want we kunnen niet van tevoren een lees-strategie uitstippelen. "Beyond what we may find intimidating or even paralyzing about this, beyond even the jealousy and admiring resentment it cannot fail to inspire, this structure of the remark assigns us the task of understanding why without all this, without this already-there which obliges us to adopt a certain passivity toward the given, the gift, the there is of the text of the other which says to us 'Come' and which we now have to read, no reading could open and we would have no chance of beginning to understand." (pp. 10-12). Heel banaal gezegd staat hier dat je moet lezen met een open mind; je kan in ieder geval niet denken dat je van tevoren al de categorieën bezit om de ander mee in te delen.
Bennington vertelt ons dan over de "law of repetition: what repeats must be the same (there is sameness only if it repeats, and the only repetition is of the same), but can in no case be the identical" (p. 13). Dit is evident; we kennen het argument uit de taalkunde van De Saussure, en bij Derrida komt het ook steeds terug. Zo ook in het werk van Derrida, aldus Bennington: Derrida herhaalt zichzelf, maar in die herhaling verandert steeds iets. In deze herhaling van hetzelfde "is invention of the other. In this opening of the other (toward the other, called by the other), without which the same would not be, there is the chance of something happening. It turns out that what makes our work a priori impossible is precisely what makes it possible." (pp. 14-15).
Herhaling = invention of the other; opening of the other = mogelijkheidsvoorwaarde voor hetzelfde. Deze gelijkstellingen behoeven misschien meer commentaar, vooral omdat mij niet duidelijk is wat met "other" bedoeld wordt. Een persoon? In zekere zin is de redenering natuurlijk banaal: zonder herhaling geen zelfde, zonder zelfde, dwz., zonder het concept van hetzelfde, geen ander, dwz., geen concept van het andere. Maar wellicht moeten we verder kijken dan de conceptuele neus lang is--zo kan ik me voorstellen dat wat we hier hebben affiniteit heeft met Wittgensteins private language argument. Ik kan me ook voorstellen dat herhaling context impliceert, en dat de niet-identiteit van hetzelfde in verschillende contexten laat zien dat de essentie van het zelf altijd ook in de relatie met de ander ligt. Een derde mogelijkheid is dat we hier te maken hebben met een applicatie van Saussures theorie: "de ander" is dan "de andere term in het systeem van verschillen". Heel veel lezingen dus, en Bennington zegt simpelweg niet genoeg om duidelijk te maken wat de juiste lezing hier is.