Eén van de beste dingen aan Herodotos is dat hij de gebeurtenissen die hij te vertellen heeft niet ondergeschikt maakt aan een structurerend verhaal. Wat bedoel ik daar precies mee? Ik weet niet of ik het goed kan uitleggen, maar laten we het als volgt proberen. Als iemand nu een boek zou schrijven over een grootse oorlog (iets wat je in fantasy bijvoorbeeld veel ziet), dan zou hij toewerken naar de climax van de laatste gevechten. De slag bij Salamis! De slag bij Plataea! Overdonderende beschrijvingen van het geweld dat daarbij komt kijken, de angst dat het misgaat, een briljante wending, en alsnog winnen de goeden, eh, de Grieken.
Zo niet Herodotos. Beide slagen zijn over voordat je het weet, en met name bij die van Salamis heb je dan geen enkel idee wat er gebeurd is. Het is helemaal niet zo dat Herodotos over zijn boek heeft gedacht als een langzaam maar zeker opbouwen naar één of meer momenten van climax, waarbij dan de andere gebeurtenissen in dienst van de logica van het verhaal worden gesteld om die climax mogelijk en bevredigend te maken. Nee, het levensverhaal van X, een anecdote over Y, een beschrijving van de schatten in Delphi, een kleine veldslag, een debat--alles is in zekere zin even belangrijk als de gebeurtenissen die een "gewone" historicus er misschien uit had gehaald als "dat wat belangrijk is".
En dat is heerlijk. Ulysses, van Joyce, is zo bevrijdend omdat de hoofdpersoon Leopold Bloom niet ondergeschikt wordt gemaakt aan het verhaal. Herodotos doet eigenlijk hetzelfde, maar dan niet zozeer met een persoon als wel met een grote verzameling verhalen, observaties en andere dingen hij wil vertellen. Er zit wel structuur in, er zijn wel thema's te ontdekken--en het zou onjuist zijn te denken dat die thema's de individuele, kleine verhalen niet beheersen, zodat Croesus en Polycrates in zekere zin een bepaalde morele les zijn--maar de overkoepelende structuur overheerst nooit de onderdelen. Ik houd daar erg van.
Het tweede boek over Herodotos heb ik ondertussen ook gelezen, ditmaal Herodotus van James Romm. Een veel interessanter boek dan dat van Evans. Romm begint min of meer met zeggen dat hij het absoluut niet interessant vindt waarin Herodotos wel en waarin hij geen gelijk heeft, en dat de lezer de eerste keer ook eigenlijk een versie zonder historische voetnoten zou moeten lezen. Puur een benadering als boek dus, en daar houd ik wel van. (Hoewel die historische voetnoten naar mijn mening het plezier alleen maar verhoogden, zoals ik in een vorige post al vermeldde.)
Romm benadrukt dat Herodotos mythic history schrijft, waarin gebeurtenissen getransformeerd kunnen worden tot iets met een diepe betekenis:
Such are the metaphoric powers of mythic history: the pyre of Croesus has here become the light of an epiphany, illuminating the ethical and theological truths embodied in the rise and fall of a great man. As a result, an obscure Anatolian king of the mid-sixth century is no longer obscure; we can experience his agony and his transformation, what the Greeks would call his pathos, as vividly as we do those of Oedipus or Job. (p. 3)
Goed, maar is dit ook echt gebeurd? En zo niet, is Herodotos dan niet een beetje een nep-historicus, een nare vent die net doet alsof hij weet hoe het zit maar in feite alleen wat onzinnige verhaaltjes vertelt? Romm antwoordt:
[W]e might also see Herodotus's undertaking in a more generous light: as an embrace of the idea that the way events are remembered and retold produces a valid kind of understanding, even when it obscures or distorts some of the facts. Herodotus, that is, had no access to the past other than through the stories he had been told, but he made a virtue of necessity and allowed those stories to lend shape and meaning to his narrative[.] (p. 6)
In zijn tweede hoofdstuk bespreekt Romm de invloed van Homeros op Herodotos; die is groot, want Herodotos heeft literair gezien weinig anders om zich op te baseren. Niettemin zijn de verschillen ook aanzienlijk: zo schrijft Herodotos proza, komt hijzelf nadrukkelijk in het boek voor, is hij een empirische onderzoeker in plaats van een door de muzen geïnspireerde bard, en is de rol van het goddelijk bij Herodotos heel anders--het komt er wel in voor, maar altijd heel indirect, via een orakel bijvoorbeeld, terwijl bij Homeros de goden gezellig over het slagveld banjeren en ruzie maken op de Olympos.
Het derde hoofdstuk is historisch, en zal ik hier niet herhalen--niettemin is het wel erg leuk om nu eens te weten hoe het zat met bijvoorbeeld die Perzen. (Binnen korte tijd stortten zowel het Assyrische rijk als het Babylonische rijk in, en de Perzen wisten zich meester te maken van een rijk zo groot als nog nooit eerder vertoond was in het "westen".)
Hoofdstuk vier gaat over het leven van Herodotos en de ontstaansgeschiedenis van de Historiën. Romm suggereert dat Herodotos er zijn hele leven aan gewerkt heeft, en wellicht pas vrij laat op het idee kwam om alles tot één geheel te smeden.
Hoofdstuk 5, The Downfall of Greatness, analyseert wat inderdaad het meest opvallende thema van Herodotos is: het heen en weer gaan van het lot, en dan met name het in de afgrond storten van mensen met wie het heel erg goed ging. Het verhaal van Croesus heb ik eerder al genoemd, maar je ziet het keer op keer terugkomen. Toch, en daar hebben we het element weer waar ik deze post mee begon, heeft Herodotos niet echt een theorie hierover die hij aan ons wil bewijzen; de werkelijkheid is complex en veelvormig. Croesus is te gelukkig, en arrogant over zijn geluk, en wordt dus in de afgrond gestort; maar het is ook zo dat hij toch al in de afgrond moest vanwege de zondes van zijn voorouders. Er is dus geen simpele causale relatie tussen schuld en de afgrond. Polycrates probeert van zijn geluk af te komen om zo de ondergang te vermijden, maar dat mislukt: de dure ring die hij in zee werpt komt via een vis weer bij hem terug. Maar de pharao Mycerinus slaat alles. Hij is de eerste aardige pharao in een lange tijd, maar verliest zijn kind en krijgt vervolgens van het orakel te horen dat hij over zes jaar dood moet. Waarom? Omdat hij te goed is, en het was voorbestemd dat Egypte 150 jaar lang slechte pharao's zou hebben. Gestraft omdat hij te goed is voor zijn volk! Mycerinus is verbolgen en besluit zes jaar lang te feesten en alle nachten door te halen, zodat het net lijkt alsof hij twaalf jaar leeft. Hierover schrijft Romm:
Here, then, is a story not taken from the tragic world of Sophocles but from the existential comedy of a Sartre or a Beckett, depicting a helpless individual's struggle to keep his dignity in a senseless universe. (p. 74)
Senseless: een plan of een reden achter de beschikkingen van het Lot zijn inderdaad ver te zoeken. Niettemin:
What remains central for Herodotus is the downward stroke of the cosmic leveling mechanism, even though, by his own formulation, every such downswing implies an upswing elsewhere. Similarly, at the national level, he chose to recount the conflict between Greece and Persia more as a tale of Persian defeat than of Greek victory... and to make the Persian kings, each of whom came to a bad end or saw his greatest undertakings end in defeat, the main characters of that story. ... [O]ne cannot imagine him saying--"Things were destined to turn out well." (p. 75-76)
Het zesde hoofdstuk gaat over de Aarde. De twee hoofdpunten zijn (a) het schema van Herodotos waarin "ver weg" = "weten we weinig van" = "weinig geciviliseerd" = "rijke en wonderbaarlijke natuurproducten"; en (b) het idee dat het willen veranderen van geografie, ook politieke geografie, de ultieme vorm van hubris is. Als iemand een grote rivier oversteekt met zijn leger, of een brug bouwt, dan weet je haast al dat het fout gaat. Zodra de Perzen de geografische grenzen van Azië verlaten treden ze voor Herodotos buiten de natuurlijke grenzen die aan hen gesteld zijn, en moet het wel mis gaan. Hoewel--ook hier is de werkelijkheid complexer dan de theorie, en Herodotos laat de werkelijkheid dan prevaleren.
Over de rest binnenkort meer.