Ludovico Ariosto, "Orlando Furioso" (1532)

Na ongeveer 1600 pagina's dolende ridders kan ik maar één ding zeggen: wat een geweldig boek is dit! En wat is het bevreemdend dat Ariosto zo wenig bekend is. Ik had althans nauwelijks van hem gehoord, en kwam dit boek meer toevallig tegen omdat er een Nederlandse vertaling van was verschenen. Vergeet Cervantes; Ariosto, da's pas leven.

Laten we beginnen met zeggen dat Orlando Furioso simpelweg ontzettend leuk is. Het is spannend, grappig, afwisselend, onderhoudend, wat je maar wil -- op een enkele passage na waarin Ariosto zijn opdrachtgevers en hun voor- en nageslacht de hemel in prijst verveel je je geen seconde, en dat 1600 pagina's lang. Ariosto is een sublieme verteller; beter dan Cervantes, wiens ellenlange interpellaties de neiging hebben om wat saai te worden.

Het tweede dat we kunnen zeggen is dat het hele boek eigenlijk over maar een ding gaat: erotische liefde. Deze wordt bezongen en verheerlijkt, maar ook verguisd en als het grote kwaad neergezet. Zij inspireert ridders tot heldendaden, en laat hen hun verstand verliezen zodat ze veranderen in boosaardige monsters. Ze levert het grootste geluk en het grootste ongeluk. Wie aan Eros ten prooi valt verliest de grip op het eigen leven, en moet maar hopen dat hij of zij behouden thuis zal komen.

Alle aspecten van de erotische liefde worden door Ariosto in zijn gedicht opgenomen, inclusief jaloerse echtgenoten die hun vrouwen op de proef gaan stellen, overspelige vrouwen die al dan niet bestraft worden, ridders die zichzelf bijna van kant maken omdat ze door hun eer verplicht waren hun geliefde aan iemand anders af te staan, en ridders die de door hen van een monster geredde jonkvrouwen bij wijze van beloning onmiddellijk... als een teerbedauwde roos willen plukken. Het thema leidt vaak tot beschouwingen over de relatie tussen man en vrouw, en hier ontpopt Ariosto zich tot een schrijver die in de 21e eeuw geheel op zijn plaats zou zijn. Hij beweert zelfs dat als vrouwen nu maar hadden mogen dichten, hun sekse meer beroemd zou zijn dan de mannelijke; dat er alleen maar zoveel slechts over vrouwen gezegd wordt omdat er steeds maar nare, voor vrouwelijke macht bevreesde mannen aan de macht zijn geweest; en dat vrouwen best vreemd mogen gaan, want ach, mannen doen dat ook constant. Is een restrictieve seksuele moraal echt alleen iets van de 19e eeuw?

Ariosto voelt zelfs modern aan in zijn behandeling van religie. Weliswaar winnen de Christenen, en is het een klein feestje als een moslim zich bekeert, maar je krijgt geen seconde het idee dat het de verteller allemaal veel boeit. De moslims zijn ongeveer even goed en slim als de Christenen, en het is zelfs niet helemaal helder of hun goden (vreemd genoeg dacht men kennelijk dat de moslims drie goden hadden) misschien niet toch bestaan. Ariosto is ongeveer zo kosmopolitisch als je kan zijn terwijl je gelooft dat jouw religie juist is en die van de ander niet.

Je zou kunnen proberen een overkoepelende boodschap uit het boek te halen, of alles in een enkele interpretatie te vatten. Maar aan de andere kant, waarom zou je? Er is samenhang, maar is er eenheid? De verhalen komen op het einde weliswaar meer bij elkaar dan je aan het begin had verwacht, maar toch -- Ariosto heeft niet een doel waar elke zin op gericht is. Ariosto is een encyclopedische verteller. En hij is geweldig.

Kopen dus, die magnifieke vertaling van Ike Cialona, en dan lezen! Ophouden zal lastig blijken.