De Profundis is de titel die nu meestal gegeven wordt aan de zeer lange en zeer mooie brief die Oscar Wilde in 1987 schreef aan zijn voormalige vriend Bosie (Lord Alfred Douglas). Op dat moment zat Wilde in de gevangenis, waartoe hij was veroordeeld wegens vermeende homoseksuele contacten met deze Bosie; die hem vervolgens vrijwel niets meer heeft laten horen. In zijn brief geeft Wilde een uiterst pijnlijk beeld van hun relatie en de manieren waarop die hem geruïneerd heeft; maar hij ontwikkelt ook een prachtige levensvisie die culmineert in een extatische bespreking van het leven van Jezus. Daarna zijn de laatste pagina's, die weer afdalen naar de beslommeringen van zijn relatie met Bosie bijna pijnlijk banaal om te lezen.
Het beeld dat Wilde schetst van zijn relatie tot Bosie is, zoals gezegd, uiterst pijnlijk. Het gaat ons niet om de waarheid. Als een mogelijke vriendschap is het erg genoeg. Bosie is iemand die alleen maar neemt, nooit iets geeft, en die het feit dat hij zich geheel afhankelijk maakt van Wilde ziet als een ultieme uiting van zijn vriendschap en liefde. Als hij gekrenkt wordt, ontsteekt hij in irrationele woede; binnen de kortste keren komt hij dan weer bij Wilde terug en doet net alsof er niets aan de hand is. Wanneer Wilde het een keer moeilijk heeft, geeft hij geen thuis, want dan is Wilde niet amusant. Bosie heeft geen enkel inzicht in wie hij zelf is of wie Wilde is; hij wordt gedreven door een blinde haat voor zijn vader; en uiteindelijk zal Wilde vernietigd worden in de strijd tussen Bosie en zijn vader. Hem dat laten inzien, dat is het belangrijkste doel van Wilde in een groot deel van de brief.
Het is niet waar ik het meest op in wil gaan. Hoe interessant op zich ook, valt de betekenis ervan in het niet bij de overpeinzingen die Wilde heeft waar het aankomt op zijn eigen ontwikkeling. Hij vertelt ons al vrij snel:
The real fool, such as the gods mock or mar, is he who does not know himself. I was such a one too long. You have been such a one too long. Be so no more. Do not be afraid. The supreme vice is shallowness. Everything that is realised is right. (p. 4.)
Wilde verwijt zichzelf een gebrek aan zelfkennis, waardoor hij zich heeft laten ruïneren; waardoor hij zijn goede naam, zijn geld, en zijn kunst heeft opgegeven voor een vriendschap die dat absoluut niet waard was; waardoor nu in de ogen van het publiek "in the lowest mire of Malebolge I sit between Gilles de Retz and the Marquis de Sade" (p. 12.). Maar vooral gaat het hem erom niet bitter te worden, en zijn hart vol van liefde te houden. In jouw hart, houdt hij Bosie voor, was haat altijd sterker dan liefde:
You did not realise that there is no room for both passions in the same soul. They cannot live together in that fair carven house. Love is fed by the imagination, by which we become wiser than we know, better than we feel, nobler than we are: by which we see Life as a whole: by which, and by which alone, we can understand others in their real as in their ideal relations. [...] Hate blinds people. [...] Love can read the writing on the remotest star, but Hate so blinded you that you could see no further than the narrow, walled-in, and already lust-withered garden of your common desires. (p. 31.)
Haat zorgt ervoor dat we ons eigen hart niet meer kunnen horen, en dat betekent dat we niets meer kunnen horen; want
Everything must come to one out of one's own nature. There is no use in telling a person a thing that they don't feel and can't understand. (p. 35.)
En dus, zegt Wilde, is het essentieel dat hij -- ondanks alles wat hij Bosie kan verwijten en uitgebreid verwijt, terwijl hij twee jaar lang lijdt in de gevangenis -- niettemin zijn uiterste best doet van hem te blijven houden.
I knew, if I allowed myself to hate you, that in the dry desert of existence over which I had to travel, and am travelling still, every rock would lose its shadow, every palm tree be withered, every well of water prove poisoned at its source. (p. 38.)
Of, zoals hij verderop zal zeggen over Jezus:
When he says 'Forgive your enemies,' it is not for the sake of the enemy but for one's own sake that he says so, and because Love is more beautiful than Hate. (p. 74.)
Een ander belangrijk thema in De Profundis is smart, "sorrow". Wilde vertelt ons dat hij altijd is weggelopen voor de meer duistere kanten van het leven, en dat hij pas in de gevangenis in heeft gezien wat de waarde, de schoonheid en de waarheid van de smart zijn.
Sorrow is the most sensitive of all created things. There is nothing that stirs in the whole world of thought or motion to which Sorrow does not vibrate in terrible if exquisite pulsation. [...] It is a wound that bleeds when any hand but that of Love touches it and even then must bleed again, though not for pain. (p. 47.)
Smart is altijd echt, nooit een masker. Smart is waar de handen van de liefde de wereld van hebben gebouwd (p. 67). Wat smart Wilde geleerd heeft is nederigheid -- een kwaliteit die we inderdaad niet met Wilde vereenzelvigen, en die ook in deze brief slechts heel gedeeltelijk naar voren komt. Maar Wilde weet dat hij nog lang niet perfect is, en dat het vinden van nederigheid pas het begin is. Hij roept Bosie op ook nederig te worden, maar ziet tegelijkertijd in dat zo'n oproep waarschijnlijk weinig zin heeft -- voor hemzelf geldt althans:
It has come to me right out of myself, so I know that it has come at the proper time. It could not have come before, nor later. Had anyone told me of it, I would have rejected it. Had it been brought to me, I would have refused it. As I found it, I want to keep it. I must do so. (p. 57.)
Alles moet uit onszelf komen; voor Wilde is dit het ultieme individualisme, dat dus heel goed verenigbaar is met nederigheid. Alles moet uit onszelf komen, en wat ons overkomt moeten we zo omvormen dat het toch uit onszelf komt. Als je in de gevangenis gegooid wordt, dan moet je die ervaring zo leren zien dat hij een onderdeel van je wordt, een stap in het worden wie je bent.
To reject one's own experiences is to arrest one's own development. To deny one's own experience is to put a lie into the lips of one's own life. It is no less than a denial of the Soul. (p. 60.)
Dit accepteren van alle ervaringen is een vorm van nederigheid. En daarmee komen we bij Wilde's interpretatie van Jezus, die hij ziet als de ultieme dichter en de ultieme individualist. Jezus had verbeelding en sympathie genoeg om iedereen te begrijpen, zich in iedereen in te leven. Hij kon zich één voelen met allen; en Wilde somt de mystieke waarheid dat wij alleen één zijn op in een prachtige zin:
[W]hatever happens to another happens to oneself, and if you want an inscription to read at dawn and at night-time and for pleasure or for pain, write up on the wall of your house in letters for the sun to gild and the moon to silver, 'Whatever happens to another happens to oneself,' and should anyone ask you what such an inscription can possibly mean you can answer that it means, 'Lord Christ's heart and Shakespeare's brain'. (p. 70.)
Jezus heeft medelijden met de armen, maar meer met de rijken, die de slaven zijn van dingen. Hij kan zich in iedereen indenken. Hij wordt tot de man der smarten, opdat hij de stem kan zijn van allen die lijden, allen die lijden en zelf geen stem hebben. Zijn moraliteit bestaat uit slechts één ding: sympathie; hij verwerpt alle wetmatigheid, en ziet elke mens als een uitzondering.
For him there were no laws: there were exceptions merely. (p. 81.)
Dat we allen uitzonderingen zijn, en dus enkel ernaar kunnen streven onszelf te zijn in een ultiem individualisme, dat is Wilde's les voor ons.
A man whose desire is to be something separate from himself, to be a member of Parliament, or a successful grocer, or a prominent solicitor, or a judge, or something equally tedious, invariably succeeds in being what he wants to be. That is his punishment. Those who want a mask have to wear it. [...] But with the dynamic forces of life, and those in whom those dynamic forces become incarnate, it is different. People whose desire is solely for self-realisation never know where they are going. They can't know. [..] But to recognise that the soul of a man is unknowable, is the ultimate achievement of wisdom. The final mystery is oneself. When one has weighed the sun in the balance, and measured the steps of the moon, and mapped out the seven heavens star by star, there still remains oneself. Who can calculate the orbit of his own soul? (p. 84)
Who indeed? En daar wil ik Wilde achterlaten. Het is zeer aan te raden De Profundis eens ter hand te nemen. Maar pas op voor versies op internet: wat ik daar heb zien staan was incompleet en corrupt (waarschijnlijk afgeleid van de eerste publicatie van de brief, die inderdaad incompleet en corrupt was).