Vergilius, "Aeneis"

Ik heb de Aeneis gelezen in de recente Engelse vertaling van Robert Fagles, en daarmee het derde van de drie grote klassieke epen tot mij genomen. Was het goed? Ja, maar ik heb toch sterk de indruk dat Vergilius Homeros niet naar de kroon kan steken.

Dat heeft er niet zozeer mee te maken dat de Aeneis ontzettend veel elementen van de Ilias en de Odyssee overneemt, hoewel dat absoluut het geval is. Het is werkelijk alsof Vergilius een lijst had gemaakt van alle indrukwekkende scenes uit Homeros, en die tijdens het schrijven van zijn werk één voor één is afgegaan: een schipbreuk, een vrouw die de held probeert tegen te houden, lijkspelen, een nachtelijke spionnentocht door het vijandelijke legerkamp, een cycloop, een afdaling in de onderwereld, een mythisch schild, een tweestrijd, check, check, check. Maar dat is op zich niet erg. "Laibach does not believe in originality," nietwaar?

Wat erger is, is dat je het idee krijgt dat het Vergilius niet helemaal gelukt is om al deze gebeurtenissen tot een samenhanged geheel te smeden. Neem nu Dido en Aeneas: de enige reden dat Dido probeert om Aeneas tegen te houden is dat Venus haar op hem verliefd heeft gemaakt. Maar dat deed ze juist om Aeneas te helpen, wat helemaal niet nodig was, omdat Dido op zich al aardig genoeg was. Nogal dom dus, van Venus, en een beetje ongeloofwaardig.

Of neem de afdaling in de onderwereld. Die vindt alleen maar plaats omdat de vader van Aeneas hem graag wil zien en hem de toekomst van Rome wil tonen--terwijl Aeneas die kennis verder helemaal niet nodig heeft en ook niet goed kan begrijpen. Er is geen enkele zinnige reden voor Aeneas om de onderwereld in te gaan... dus waarom neemt hij het risico? Iets dergelijks geldt voor de twee gasten die 's nachts door het vijandelijke kamp gaan sluipen om Aeneas te halen, en ondertussen lekker wat dronken tegenstanders slachten. Waarom gaan ze Aeneas halen? Die komt heus wel zo snel mogelijk terug. En hoe gaan ze hem halen? Hij is weg per boot, en alle andere boten zijn veranderd in zeegodinnen, dus er is geen enkele manier waarop ze achter hem aankunnen.

Ook op thematisch vlak heeft Vergilius een probleem. Waarom moet het stichten van pre-Rome met zoveel geweld gepaard gaan? Het enige antwoord van Vergilius is dat een vervelende god Turnus tegen Aeneas opzet, waarmee het hele centrale conflict totaal arbitrair wordt. De menselijke spanningen tussen Odysseus/Telemachos en de vrijers, of tussen Achilles, Agamemnon, Hektor en Priamus zijn veel overtuigender en interessanter.

Niettemin valt er erg veel te genieten aan de Aeneis. Vergilius is bijvoorbeeld een meester van een beeldende, haast cinematische stijl die je bij Homeros op die manier niet terugvindt. Het tweede boek, waarin Aeneas door het brandende Troje trekt, is daar een geweldig voorbeeld van. Een willekeurig citaat:

But all in the house is turmoil, misery, groans,
the echoing chambers ring with cries of women,
wails of mourning hit the golden stars.
Mothers scatter in panic down the palace halls
and embrace the pillars, cling to them, kiss them hard.
But on he comes, Pyrrhus with all his father's force,
no bolts, not even the guards can hold him back-- (II, 605-611)

Moeders die in paniek door de hal rennen en pilaren omarmen en kussen, dat zal Homeros niet snel vertellen. Die is in veel opzichten veel soberder; ook mooi, maar Vergilius geeft een sensueel plezier dat je bij Homeros minder vindt. (Overigens zijn alle regelnummers die van de vertaling, welke niet corresponderen met de gebruikelijke regelnummers. Je moet er denk ik ongeveer 20% vanaf halen om ongeveer bij het Latijn uit te komen.)

Cinematisch, sensueel: ook in termen van emoties trekt Vergilius meer registers open. Niet dat er bij Homeros geen emoties zijn--in de Odyssee wordt zelf zoveel gehuild dat het op een persiflage gaat lijken--maar de melodramatische toppen van de wanhoop waarop we in het beroemde boek IV Dido vinden worden door de Griekse rapsode toch niet beklommen.

But Dido,
trembling, desperate now with the monstrous thing afoot--
her bloodshot eyes rolling, quivering cheeks blothced
and pale with imminent death--goes bursting through
the doors to the inner courtyard, clambers in frezy
up the soaring pyre and unsheathes a sword, a Trojan sword
she once sought as a gift, but not for such an end. (IV, 797-803.)

Overigens moet er over deze mysterieuze regels gemediteerd worden:

Dido, trying to raise her eyes once more, failed--
deep in her heart the wound kept rasping, hissing on.
Three times she tried to struggle up on an elbow,
three times she fell back, writhing on her bed.
Her gaze wavering into the high skies, she looked
for a ray of light and when she glimpsed it, moaned. (IV, 856, 861.)

Waarom zoekt ze een lichtstraal, en wat betekent het wanneer ze die ziet? Heeft ze op het laatste moment begrepen dat wanhoop nooit volledig is?

Wat hier verder niet onbesproken mag blijven is de houding van de Aeneis tegenover geweld, oorlog, en de droom van het Romeinse imperium. Hier is sprake van een diepe ambiguïteit, en dit ambiguïteit is misschien wel het meest interessante aspect van het hele boek. Aan de ene kant is het natuurlijk helder: Rome is goed, het Romeinse Rijk geleid door Augustus is heel goed, niet in het minst omdat het vrede brengt; en dus is alle oorlog die nodig was om dit rijk te stichten ook goed, en wie die oorlogen tot een goed einde bracht was een held. Aan de andere kant is geweld, dood en oorlog slecht, en is een vrede die verkregen wordt door oorlog natuurlijk een dubieus soort vrede. Deze tweestrijd tussen een militaristisch en een anti-militaristisch ideaal komt telkens terug in de Aeneis, tot in de allerlaatste scene. Laten we een aantal aspecten ervan bekijken.

Soms lijkt Vergilius simpelweg de oorlog als esthetisch goed te promoten:

Ah what joy
to advance the banners, hear the trumpets blare! (VII, 730-731.)

Op andere momenten is hij meer ambigu, zoals wanneer Jupiter boos wordt omdat Aeneas lekker aan het genieten is van een relatie met Dido. De boze oppergod roept uit:

...this is not the man his mother, the lovely goddess, promised,
not for this did she save him twice from Greek attacks.
Never. He would be the one to master an Italy
rife with leaders, shrill with the cries of war... (IV, 284-287.)

Wat zou Aeneas zelf beter vinden: seks met Dido, of de "shrill cries of war"? En waarom zou zijn moeder, Venus, de godin van de liefde, hem voor dat eerste niet hebben willen redden?

Op tal van andere plaatsen is Vergilius expliciet negatief over de oorlog:

...filled with the madness of war... (VIII, 384.)

...what drives you now
to shatter your blessed peace? What spurs you
to rouse the hells of war you've never known? (XI, 303-305.)

Ook spreekt hij met compassie over hen die niets te winnen hebben met de oorlog, er een afkeer van hebben, maar er toch het slachtoffer van worden:

[Turnus kills] Menoetes who, in his youth, detested war
but war would be his fate. An Arcadian angler
skilled at working the rivers of Lerna stocked with fish,
his lodgings poor, a stranger to all the gifts of the great,
and his father farmed crops on rented land. (XII, 604-608.)

Vlak daarvoor heeft Vergilius gevraagd: "Did it please you so, great Jove, to see the world at war?" (XII, 588.), een vraag die hij eerder al in een geweldige passage beantwoord had. In deze passage vraagt Hercules bij Jupiter om het leven van de jonge Pallas, maar Jupiter wijst zijn verzoek af.

"Each man has his day, and the time of life
is brief for all, and never comes again.
But to lenghten out one's fame with action,
that's the work of courage. ..."

So Jove declares, and turns his glance away
from the Latian fields below... (X, 555-562.)

Een leuke theorie van Jupiter, maar zelf wil hij hem niet in de praktijk getest zien!

Misschien wel het meest interessant is de reeks gebeurtenissen die tot de laatste scene leidt. In boek VI had de vader van Aeneas, nu een schim in de onderwereld, het volgende geroepen tegen Julius Caesar en Pompeus, die in een bloedrige burgeroorlog verstrikt raakten (net zoals Augustus en Marcus Antonius!):

"No, my sons, never inure
yourselves to civil war, never turn your sturdy power
against your country's heart. You, Casear, you
be first in mercy--you trace your line from Olympos--
born of my blood, throw down your weapon now! (VI, 957-961.)

Dit wordt extreem relevant in het laatste boek, wanneer Aeneas eindelijk tegenover zijn tegenstrever Turnus staat en één op één met hem gaat vechten. Dit is totaal geen eerlijk gevecht, trouwens, want Aeneas heeft een goddelijk pantser en de hulp van de goden, terwijl Turnus gedoemd is te verliezen. Die Turnus is ondertussen trouwens best een sympathieke vent, die strijdt ook al weet hij dat hij verdoemd is:

"Be good to me now,
you shades of the dead below, for the gods above
have turned away their favors. Down to you I go,
a spirit cleansed, utterly innocent as charged,
forever worthy of my great father's fame!" (XII, 748-752.)

En daar is hij dan, op de laatste pagina, verslagen, en hij vraagt Aeneas om medelijden te hebben met zijn arme vader en hem, Turnus, niet te doden. "Go no further down the road of hatred." Maar Aeneas? Aeneas herinnert zich hoe Turnus de jonge Pallas doodde, en wordt daar zo boos om dat hij Turnus alsnog afslacht.

En aldus is Rome niet alleen de droom van een eeuwige vrede, maar ook gelegen aan de weg van de haat.