Created: February 8, 2004
Last Changed: February 8, 2004
Placed: February 8, 2004
Nihilistische dialogen. I
Op alles kan een naam geplakt worden, en meerdere namen. Gezelligheid of zelfvergetelheid. Vrolijkheid of oppervlakkigheid. Nihilisme of vrijheid. Ons denken gaat niet over zaken, het gaat over namen.
Maar wij denken niet alleen aan namen. De wind door ons haar; de regen op ons gezicht; witte wolken tegen een blauwe lucht; de eerste zoen. Ik geef namen, maar het zijn namen van ervaringen, en aan de ervaring is niets arbitrair.
Het gaat mij niet over namen en ervaringen; en helemaal niet over wind en wolken. Vrijheid, geluk, gelukzaligheid, vroomheid, broederschap, vriendschap - hoeveel van hen heb jij verloren? Twee, drie, vier? Niet doordat ze je zijn afgenomen, maar doordat de woorden niets meer voor je betekenen, de ervaring niet meer voor je bestaat. De wereld is zoals je geleerd hebt hem te zien.
Maar wij zijn vrije wezens, wij kunnen denken, kritisch kijken, creatief zijn. Onze gedachten zijn niet gedetermineerd, onze categorieën niet voor eeuwig vastgesteld. Wij kunnen oude waarden omverwerpen en nieuwe scheppen.
Waartoe? Andere waarden, andere woorden - beter omdat jij ze schiep? Genadeloos doodde men alle oude ideeën met lange messen der Rede: en de wereld werd woest en ledig. Welke overmoed spreekt er uit te denken dat elk individu nu het Woord zal kunnen spreken waarin leven en licht is! En hoe, gij moordenaars aller moordenaars, hoe beschermt gij uw wereld tegen nieuwe messen?
Maar... ik heb geen antwoord op je vragen. En laat mijn stilzwijgen je een les zijn! Mijn wereld, mijn begrippen, mijn woorden en ervaringen, ze zijn voor mij de schoonheid die het leven dragelijk maakt. Dat is rechtvaardiging genoeg.
Dwaas! Nu je hebt gezien hoe al je gedachten, al je hoge doelen, al je betekenisvolle ervaringen toevalligheden zijn die voortvloeien uit de meest banale van alle bronnen: de fouten en dwaasheden van ontelbare generaties voor je, de platvloerse strijd om het bestaan, de ficties die onwetenden zich hebben verteld om het leven te kunnen verdragen en 'cultuur' noemden; nu je hebt ingezien dat niet alleen alles wat je voor goed en waar en mooi houdt een gevolg van de meest lage oorzaken is, maar dat zelfs 'waar' en 'goed' en 'mooi' zelf niets anders zijn historische contingenties zonder intrinsieke waarde; nu je dat alles gezien hebt, hoe kan je dan nog spreken over de schoonheid van je ideeën?! Rest ons niet alleen nog walging?
Back