Created: May 7, 2004
Last Changed: May 7, 2004
Placed: May 9, 2004
Deze column werd geschreven voor het vak 'Zwijgende tolken', een lezingencylcus waarvan het thema de invloed van interfaces op de inhoud van een boodschap was.
Ode aan de lange zin
Het is absoluut een verdienste van Marjolijn Februari wanneer zij
haar toehoorders - een verzameling helaas niet ideale maar toch
oplettende studenten - ertoe aanzet zich te verzetten tegen een
van bovenaf opgelegde set stilistische regels, een handvest voor
het schrijven van goede columns, waarin onbuigzame zwarte letters
ons niet alleen raden en aanmoedigen, maar zelfs verplichten en
bevelen ons een stijl aan te meten waarin de lange zin geschuwd
wordt ten voordele van zijn kleinere naamgenoot, zijn bij Jip en
Janneke te vinden broertje, de korte zin; een stijl, met andere
woorden, waaruit omslachtige kunstgrepen, liederlijke
uitbarstingen en dichterlijke stijlfiguren geweerd worden; waarin
elke bijzin met argwaan bekeken wordt, elke nuancerende clausule
geschrapt, elk doorwrocht stilistisch hoogtepunt wordt
weggestreept ten behoeve van klaarheid, helderheid, leesgemak, ten
behoeve dus van de lezer die ofwel te lui is zich te verdiepen in
de subtiliteit van de auteur wiens passie het is zijn lezers te
vervoeren met linguïstische kunststukjes en stilistische
perfectie, ofwel te stompzinnig te begrijpen dat bondigheid niet
altijd een deugd is omdat lengte soms noodzakelijk is voor nuance
- dat alles dat überhaupt gezegd kan worden dan wel helder
gezegd kan worden, maar lang niet altijd kort -, ofwel een te
kleine concentratieboog heeft om zich door het verfijnde patroon
van zinsdelen dat hem door de auteur wordt opgedist een weg te
banen zonder halverwege de aandacht te verliezen, te verdwalen en
nooit bij de eindpunt aan te komen - een verdienste, herhaal ik,
dat zij haar scherpe columnistentong heeft ingezet om deze
misstand aan de kaak te stellen, om een pleidooi te houden voor de
lange en ingewikkelde zin, die niet alleen genuanceerdere vormen
van discours mogelijk maakt, maar waarvan het gedoseerde gebruik
de schrijver ook meer vrijheid geeft het ritme van zijn tekst naar
gelieve op te voeren en af te remmen, waarvan de complexiteit een
nieuwe wereld aan stijlfiguren opent en die de lezer dwingt - en
hiermee bereiken wij wellicht de belangrijkste deugd van de lange
zin, de voornaamste reden hem eerder als een strenge weldoener dan
als een schelm te zien - om moeite te doen, die de lezer dwingt
om de tekst en de schrijver serieus te nemen, zich voor het lezen
rustig neder te zetten, geen genoegen te nemen met een vluchtige
blik, maar volledig in de tekst te duiken en als een filoloog de
boodschap van de schrijver uit de weelderige rijkheid van het
geschrevene op te diepen - een verdienste dus, omdat zij niet
alleen de autoriteit van het stilistische handboek aan de kaak
stelt, maar ons ook oproept niet te buigen voor de lezende
leegloper.
Back