Created: January 8, 2005
Last Changed: January 8, 2005
Placed: January 9, 2005
Exodus - Een dramaturgische analyse
Ik zag zojuist op televise het laatste stuk van een tekenfilm die het bekender verhaal van de uittocht uit Egypte vertelde. Deze film leek mij, puur gelet op het stuk dat ik ervan gezien heb, te falen als dramatisch interessant verhaal. Reflectie bracht mij tot de these dat dit falen inherent is aan het Exodus-verhaal, omdat dit simpelweg dramatisch oninteressant is. Laten wij hier eens naar kijken.
    De Joden zitten in Egypte, waar zij door Farao en de zijnen als slaven worden behandeld. Omdat de Israelieten zich snel vermenigvuldigen en talrijk worden, laat Farao alle pasgeboren jongentjes doden. In deze nare situatie roept God Mozes op om de Joden weg te leiden uit Egypte, wat Farao niet toe wil staan. Opdat hij hen toch laat gaan laat God keer op keer een plaag over Egypte komen, tot het doden van alle eerstgeborenen aan toe. Op dat moment zijn de Egyptenaren de Joden liever kwijt dan rijk, en de eigenlijke uittocht begint. Zoals genoegzaam bekend besluit Farao hen toch te achtervolgen met zijn leger, splijt Mozes de zee zodat zijn volk kan ontsnappen, en wordt het Egyptische leger door het water verzwolgen. Wel, als epische ontstaansgeschiedenis van de natie van Israel kan dit heel geslaagd zijn, maar als dramatisch verhaal is het toch niets. We hebben twee partijen, de Egyptenaren en de Israelieten, die tegenover elkaar staan; maar de Israelieten kunnen alleen maar winnen, want die hebben God aan hun zijde. Dit is al vanaf het begin duidelijk, en dus is er in zekere zin geen conflict. We zien alleen dat God zijn zin krijgt, en God krijgt zijn zin omdat hij zo machtig is dat hij altijd zijn zin krijgt. Er is dus geen dramatisch conflict.
    Wie toch het Exodus-verhaal wil vertellen kan verschillende wegen bewandelen om er een interessante dramatische spanning in te brengen. Het is duidelijk dat het conflict tussen de Egyptenaren en de Israelieten in deze zin oninteressant is, maar er zijn enkele andere mogelijkheden. Ten eerste zouden wij één van beide menselijke hoofdpersonen kunnen psychologiseren, en het dramatische conflict een intern conflict van deze persoon maken. Ofwel we laten Farao de morele beslissing maken om de Joden wel of niet te laten gaan, ofwel we moeten Mozes een conflict bezorgen. Voor het eerste, nu, is het Exodus-verhaal volkomen ongeschikt. Zelfs als er bij Farao een interne spanning zou zijn tussen het wel en het niet laten gaan van de Israelieten, dan kan deze spanning nog niet het drama onderbouwen. Immers, de reden dat Farao uiteindelijk akkoord gaat met de uittocht is dat een externe macht hem daartoe dwingt, niet dat hij een beslissing maakt tussen een van de twee mogelijkheden. Zijn interne spanning wordt als het ware door externe factoren onbelangrijk gemaakt - en daarmee kan het niet de spanning zijn die het drama genereert. Heeft Mozes dan een interne spanning die het drama kan genereren? Dit is de keuze die de makers van de film hebben gemaakt; zij laten Mozes en Farao als broeders opgroeien, en leggen dan veel nadruk op de spanning bij Mozes tussen de wil zijn volk tot vrijheid te voeren, en zijn wil zijn broeder geen pijn te doen. Maar deze strategie moet mislukken, zoals hij ook inderdaad mislukt: immers, Mozes zelf maakt helemaal geen keuzes, hij is een pion van God. Zijn innerlijke verscheurdheid kan dus wel interessant en meelijwekkend zijn, maar het is niet het soort spanning dat een drama kan genereren, omdat de spanning zich nergens in uit. Verder dan melodramatisch zuchten komt Mozes in de film dan ook niet.
    Welke spanning blijft er over wanneer het niet die tussen de Joden en de Egyptenaren is, en ook niet een interne spanning in Mozes of Farao? Er blijft slechts één mogelijkheid over: de spanning tussen de mens en God. In de Bijbelse variant van het Exodus-verhaal is deze natuurlijk niet aanwezig, aangezien God en de Israelieten samen één partij vormen. Of wordt hier te snel geoordeeld? Wat slechts weinigen zich bewust zijn is dat God in Exodus 4:21 tot Mozes zegt: "Nu gij gaat terugkeren naar Egypte, zie toe, dat gij voor het aangezicht van Farao al de wonderen doet, die Ik in uw macht gesteld heb. Maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan." Iedere keer in het verhaal dat Farao besluit de Joden te laten vertrekken, verhardt God opnieuw zijn hart, zodat Farao het toch niet doet. God is buitengewoon open over zijn redenen hiervoor, zoals in Exodus 10:1-2, "Ga tot Farao, want Ik heb zijn hart en dat van zijn dienaren onvermurwbaar gemaakt, opdat Ik deze mijn tekenen onder hen tone, en gij aan uw kind en kleinkind kunt vertellen, wat Ik denk Egyptenaren heb aangedaan en welke tekenen Ik onder hen verricht heb, opdat gij weet, dat ik de HERE ben.", en in Exodus 14 vertelt God dat hij er zorg voor zal dragen dat Farao de Joden achtervolgt op hun uittocht zodat Hij zich aan de Egyptenaren kan 'verheerlijken'.
    Het lijkt dus dat het conflict tussen de Egyptenaren en de Joden constant opgestookt wordt door God, ja, dat deze alle touwtjes in handen heeft en zowel Mozes en de Joden als Farao en de Egyptenaren volledig bestuurt, als een marionettenspeler zijn poppen. Deze observatie toont meteen dat het conflict tussen God en de mens niet het eigenlijke dramatische middelpunt kan zijn, want zo'n conflict kan in eigenlijke zin niet bestaan: de mens kan niets tegen God uitrichten, kan zelfs niet voelen wat God niet wil dat hij voelt. De spanning moet dus of in de mens, of in God gezocht worden, en niet in hun relatie. Hoe zou er een spanning in de mens kunnen liggen? Wel, als deze spanning ergens zichtbaar wordt, dan is het in Farao: deze wordt door onverbiddelijke krachten waartegen hij zich niet vermag te verzetten tot zijn ondergang gedreven. Hierin komt hij de held uit de Griekse tragedies na, die ook ten gronde worden gericht door het goddelijke. Is Exodus dan in wezen een tragedie, waarin de spanning en de paradox van het menszijn zelf worden onderzocht? Neen, want waar het goddelijke in de Griekse tragedie een onpersoonlijke macht is die als een noodlot het gebeurde bestiert en de tragische wetmatigheden van schuld, boete en menselijke imperfectie bewaakt, daar is het goddelijke in Exodus een persoonlijke macht die partij kiest en die zelf de oorzaak is van het gebeurde. Farao's ondergang vertelt ons niets over de diepe werkelijkheid van het leven, en heeft niets noodzakelijks; veeleer vertelt zij ons iets over het wilsbesluit van God en is zij een toevallig product van dat wilsbesluit. Farao faalt dus als tragische held.
    Het enige dat overblijft is om de spanning in God te zoeken: aan de ene kant is God het goede zelf, die het beste met de mensen voorheeft; aan de andere kant doet God zich hier voor als een ijdele en kwaadaardige tiran. Men zou kunnen denken dat Exodus door deze contradictie al van tevoren mislukt is, maar dan onderschat men in hoeverre het religieuze rust op paradoxen en wederzinnigheden (om eens een germanisme te munten). Stel nu eens dat Farao moreel verantwoordelijk is voor de daden die God hem heeft laten doen, en dat zijn ondergang dus ten voltse rechtvaardig is - dat is een gedachte die zich nauwelijks laat denken, en juist daarin openbaart zich de afgrond van het religieuze, de afgrond waarin het denken van de mens slechts impotent kan fladderen. Eigenlijk kan Exodus alleen zo verteld worden, maar dan hebben we het meteen ook een lading gegeven die het estetische (en daarmee de sentimentaliteit) en het ethische (en daarmee het oordelen over gemaakte keuzes) zo ver overstijgt dat er van een tekenfilm voor het grote publiek niet te verwachten valt dat ze die kan vangen of zelfs maar kan doen vermoeden. Net zoals wij ons geen popualire film kunnen voorstellen die het offeren van Isaac door Abraham in zijn religieuze paradoxaliteit kan tonen, zo kan ook de ondergang van Farao door de hand van God niet in zo'n medium getoond worden.
Back